Tags

downloadedfile-3

De telefooncel

Wie jonger is dan twaalf gelieve zicht te onthouden. De telefooncel het woord zegt het zelf was een isolatiecel. Letterlijk en we missen ze. Kijk maar naar gsm’ers hoe ze zich midden de drukte proberen te isoleren, leunend tegen een paal, een muur ( ik zou ze niet te eten willen geven al die zich in een toilet verschansen om te bellen). Je kon toen bij ieder café bellen met een muntautomaat maar geen prangender beeld dan een beller in een cel midden de velden: die leek op een marsmannetje die zoals ET ‘phone home’ prevelde. Weet u nog hoe zo’n cel er uit en er in zag. Wel……

Aluminium en glas en eigenlijk flink bemeten. In een telefooncel van de jaren zeventig had de eerste versie van Bart De Wever zich moeiteloos kunnen wenden en ook nog een bourrée kunnen dansen. Onder de grijze telefoonbak was een even grijze tablet in fineer. Daar kon je notities op maken, op afkloppen en je hand steunen want iedere beller maakte een ballet van je welste. Je moest toen al behoorlijk kunnen van alles tegelijk doen: je concentreren op het gesprek, de vijffrank-stukken klaar houden, om onverklaarbare redenen je schoenen in het oog houden, je hele mimiek inzetten om de overkant te overtuigen of je ontreddering te verbeelden ( alsof je in een videoconferentie zat) en ook nog eens het ongeduld peilen van de wachtenden buiten. Maar er waren ook telefooncellen midden de velden van Vlaanderen waarvan sommigen legendarisch waren omdat je daar zonder probleem en gratis de hele wereld kon bellen. De deuren waren plomb en veerden altijd dicht met een akelig kriepend geluid net voor de doffe klap waarmee ze dichtviel. Het rook er naar sigaretten, urine en metaal. Het snoer van de telefoonhoorn was in een metaalharnas gehuld dat moeilijk meegaf. De hand die hem vasthield wist niet wat de andere hand deed: de telefoonversie van luchtgitaar spelen, tenzij er een balpen in het spel was en dan werd er op een papiertje van alles gekrabbeld en vooral geschetst. Je had een museum kunnen vullen met alle cryptische krabbels die in een telefooncel achtergelaten werden.

Eind de jaren negentig was de telefooncel geen cel meer maar een praatpaal, van een halve paraplu bescherming voorzien. Een open duikklok als het ware.  Hadden die echte cellen nog dienst kunnen doen als communicatie- en oplaad units, safehouses van waaruit je  gepantserd met een drukknop gratis om hulp kon bellen dan was het verdict van de operatoren unisono:  we willen er van af.

Wettelijk verplichte dienstverlening, zoals openbare telefooncellen, de inlichtingendiensten en de telefoongidsen, waren overbodig geworden. Dat besloot het Belgisch Instituut voor Post en Telecommunicatie (BIPT) na een audit. De regulator stelde begin 2013 voor om de verplichting van die diensten af te schaffen.

Je weest niet wat je mist, bellen vanuit een telefooncel: de haast, de passie, vaak langoureus aan de draad hangen, de mimiek en de verbeelding. Alles wat communicatie inhield…..

Advertenties