Het bio-label rukt op. Bio scoort goed in deze tijden van cholera. Maar bioboter is nog altijd net zo schadelijk voor uw hart en bloedvaten als gewone boter. Worden we van bio beter of zijn we gewoon ge-bio-logeerd?

Wie had ooit gedacht dat het zo ver zou gekomen zijn dat we gewetensvragen zouden moeten verdisconteren in onze aankoopgewoontes. Wanneer hebben wij voor het eerst gehoord over bio? Ik denk in de late jaren zeventig, begin jaren tachtig. In tempore non suspecto was dat nog. De macrobiotiek nam het relais over van de poly-onverzadigde vetzuren. Elk decennium heeft namelijk zijn kwaal. Wij kwamen uit de naoorlogse euforie, de gouden jaren zestig met een opstoot van hart- en vaatziekten. De boterhammetjes werden iets dunner en iets abstracter besmeerd. Dokter Barnhard deed zijn spectaculaire eerste hartoperaties in het Grote Schuurziekenhuis in Kaapstad. Die beschavingsziekte zouden we via bypasses en gezonde voeding wel onder controle krijgen. In geen enkele tak van de geneeskunde werd zo veel vordering gemaakt als in de hart- en vaatziekten. Die wereld was nog maakbaar.

Eind de jaren zeventig maakte de macrobiotiek een kleine opstoot. Je kocht de producten van Lima, de reformwinkeltjes nestelden zich in alle steden. Macrobiotisch was eigenlijk een filosofie. Een mens was wat hij at en er bestond dus een categorie veganisten, mensen die niets van dierlijke oorsprong wou nuttigen, niets waarvoor een dier diende dood gemaakt te worden of zijn gat te openen want eieren waren ook uit den boze. Hoe zat dat in mekaar? Enfin, er waren medeburgers die puur met granen, tofu en ongebuilde rijst konden overleven. Wie waren wij om ze dat kwalijk te nemen. Mochten wij ondertussen verder steaks eten, geen bezwaar. Het laatste waar we aan dachten was dat dat soort voeding een nieuwe wereldorde zou uitmaken.

Afgeleide
De macrobiotiek was een geloof met solide richtlijnen. De bio is een afgeleide, een soort tussenweg. Wij wisten onderhand dat er tot in de borstvoeding van de eskimovrouwtjes sporen waren gevonden van DDT, de wolk van Tsjernobyl was vlak over onze moestuin gepasseerd, de zee werd volgestort met radioactief afval en dat was al meer dan genoeg om anders te gaan leven. De utopie van een nieuwe beschaving werd uitgeprobeerd in biosfeer nummer een en nummer twee. Het rapport van de Club van Rome waarschuwde voor een langzame apocalyps. Het zou zijn tijd wel duren zeker?

Goed, we trokken in de jaren tachtig naar de boerenmarkten. Rechtstreeks bij de boer kopen, dat kon nogal eens opluchten: minder betalen en betere marchandise krijgen. Het was ook de tijd dat je in de supermarkten grote tonnen kon vinden waaruit je zelf je aardnoten en ongebuilde bloem mocht scheppen. Men voelde dat de consument begon te rebelleren tegen de standaardverpakking, tegen het gebrek aan alternatieven. Wij hebben moeten wachten tot de dioxinecrisis en de BSE-ramp alvorens de bio echt kon doorbreken. Hoewel, de kleinhandel en de grootdistributie hadden de onraad onbewust geroken. De bio heeft goed tien jaar geleden zijn entree gemaakt, op de vooravond van de voedselapocalyps.

Maar de bio verkeerde in een lastig parket. De kritische consument vroeg zich namelijk af wat er aan de hand was: de bioversie van tal van producten liet veronderstellen dat de gewone variant gewoon schandalig gekweekt en geproduceerd was – niet langer in vaste grond maar op watercultuur, niet meer in open veld maar in serres. De agro-alimentaire lobby dwong de land- en tuinbouw in een genadeloze grootschaligheid met pesticiden en hormonen. Bio was een soort schaamlapje. In een wereld met have-nots en haves werd de ene consument in het rijk van de GB, Delhaize en de reformwinkel onthaald, terwijl de andere naar het infernum van de Aldi verbannen werd.

Verantwoord
Bio werd de afkorting van biologisch (verantwoord). Dat wees op de teeltwijze: zonder pesticiden, in harmonie met de natuur. Maar betekende het ook met respect voor de seizoenen. Het komt ons veeleer voor dat we behoorlijk ge-bio-logeerd zijn door inderdaad opmerkelijke smaakverschillen als je bijvoorbeeld de bio- naast de gewone melk zet. U kan er van op aan dat er straks ook rauwe melk verkrijgbaar zal zijn in de supermarkt: niet gehomogeniseerd of verhit maar uiervers en dus te nuttigen binnen de twee dagen. Smaakverschillen zijn natuurlijk zo gemaakt, want vind nog maar eens een yoghurt die niet verrijkt is met aarbeiensmaak of bananenextract. Het is veeleer back to basics. De supermarkten zijn voortrekkers geworden, hoe kon het ook anders nu de helft van hun voedselarsenaal onder verdenking staat.

Het biolabel is iets halfslachtigs, het werkt als een soort placebo. Biologisch en organisch zijn beschermde begrippen. Je mag zoveel bio-en als je wil. Bio klinkt goed: bioritme, bio-energetisch. Dat ligt lekker in de mond. De enige stoorzender is de biogenetica. Bio klinkt zo goed dat u er van op aan kunt dat de supermarkten straks alleen nog biovoeding zullen verkopen. De grootdistributie in België heeft gemerkt dat het assortiment bio één van de sterkste groeicijfers kende en investeert daarom volop in een verdere uitbouw. De grote ketens hebben al enkele honderden bioreferenties in de rekken. Delhaize maakt gebruik van een opvallend en eenvormig etiket voor bioproducten en in juni 2000 startten ook Colruyt en GB met een biohuismerk.De Nederlandse supermarktketen Albert Heijn wou vanaf het jaar 2005 alleen nog onbespoten voedsel verkopen. Tot voor kort was het marktaandeel van de natuurvoeding in de gehele Nederlandse voedingssector minder dan één procent. Van het Nederlandse landbouwareaal wordt minder dan één procent biologisch – dat wil zeggen zonder kunstmest en vergif – verbouwd. De biologische landbouwproductie groeide de voorbije jaren heel sterk in bijna heel Europa. In het voorbije decennium is de oppervlakte bijna vertienvoudigd.

In Vlaanderen kwam de groei langzaam op gang, maar nu ligt het tempo hoog. Het laatste jaar groeide het biologisch landbouwareaal van 1.099 naar 2.723 hectare, bijna een verdriedubbeling. Met 0,4 procent blijft dat weinig, maar de achtervolging op het Europese gemiddelde, inmiddels 2,2 procent, is ingezet.Onze landbouwproductie is bijlange na nog niet in staat om de groeiende vraag naar bioproducten bij te benen. De omzet van de sector steeg in 1999 met 75 procent, goed voor 5 miljard frank. Bio wordt business want de supermarkten zullen hun aankooppolitiek niet wijzigen: wie snel voldoende volume en kwaliteit kan leveren tegen een scherpe prijs, mag overal ter wereld wonen, hij zal het halen van onze eigen binnenlandse producenten. Binnenkort zullen de sperzieboontjes uit Nigeria onbetwist bio zijn. Daar zijn ze nu al volop aan het werken met wormenpotjes vol organisch materiaal die wormen moeten aantrekken, die op hun beurt de bladluizen opvreten en zo de oogst beschermen. Een worm, daar zeggen we wat, hoelang is dat geleden: een worm in de sla?

Advertenties