pensioen-314/12/2007
Tweede deel uit zestien voor de zestien [04.06.2007]
Ik geloof helemaal niet meer in de partijen als emanaties van overtuigingen of strekkingen van welke aard ook binnen de maatschappij. De particratie is de zwerende vinger van de democratie. De partijen hebben zogezegd hun ideologie afgelegd maar ze zijn van de weeromstuit gaan investeren in hun voortbestaan ten allen prijze. Iets wat zich verenigt en geen maatschappelijk doel heeft groter dan zijn eigen voortbestaan is perfide. De korte tussentijd waarmee er verkiezingen plaatsvinden werkt dat fenomeen van ‘corporatisme’ in de hand.

Natuurlijk dienden partijen om een pluralistische samenleving te bewerkstelligen. Dat zal wel. Het pluralisme was een mooi ideaal maar het heeft afgedaan. De pluralistische samenstelling van raden, commissies en wat voor cenakels ook is een vorm van politiek elitisme, het complete tegenovergestelde van pluralisme. We leven in een partitocratie en in een representatieve of indirecte democratie, een regeringsvorm waarbij de bevolking een aantal vertegenwoordigers kiest die het bestuur uitvoeren. De representatieve democratie is hierdoor onderscheiden van de directe, waarin leden van de bevolking zelf politieke besluiten nemen. Helaas gebeurt dat laatste door referenda. Het is het ene kwaad of het andere.

Bestaat er een vorm van democratie waarbij parlementsleden onafhankelijk en direct verkozen worden? En waarbij dus niet zozeer de grootste partijen in coalitie gaan en compromissen sluiten. Voorlopig niet en daarom komt het er juist op aan mensen die goed scoren in mijn of uw zestienpuntenprogramma naar boven te stemmen. Kopstemmen zijn ondemocratisch.

In een overgangsfase moeten politici hun stembusuitslag en dus hun representativiteit ten allen tijde kunnen verzilveren ook als dat betekent dat ze uit de partij stappen. Helaas kan je dan wel als onafhankelijke zetelen maar je verdere toekomst hangt dan af van het feit of je bij een andere partij of een nieuw te stichten partij kan aansluiten. Mij lijkt dat een contradictie: dat je bij een partij moet horen of er vlug een moet klaarstomen om verkiesbaar te zijn. Dat is een dwingende maar puur formele voorwaarde. Dat is tot in den treure bewezen met de partij van Pim Fortuyn in Nederland. De man had talent als woelwater, hij had stijl maar zijn partijomgeving was allesbehalve. We hebben overigens zelf mee gemaakt met Jean-Pierre van Rossem.

Ik, en ik niet alleen, ben op zoek – niet naar een nieuwe maar een vernieuwende vorm van democratie. Ik wil op mensen stemmen die niet noodzakelijk partijgehorigheid horen te eerbiedigen. Een partij of ‘objectief bondgenootschap’ (als we die term eens onbeladen mogen gebruiken) die haar dissidenten respecteert zou dan juist geloofwaardig moeten zijn. De crisissen binnen de partijen omdat de lijn blijkbaar niet gevolgd wordt werken verlammend. De oplossingen die voor die crisissen aangedragen worden zijn overigens altijd óf ongeloofwaardig óf gespindokterd terwille van het imago en niet terwille van de geloofwaardigheid.

Advertenties