Tags

, ,

Onbereikbare Vrouwen (*)

Martine Tanghe: Ik ben helaas te professioneel

La Tanghe, anchorwoman, hardnekkig interviewster en de belichaming van het standaard Nederlands. Martine die nooit, zoals ze dat zegt, ‘vrijwillig’ in de media wil komen, behalve dan als een inktkoelie het te bruin bakt en een eenvoudig zinnetje uit haar journaal licht en voor interpretatie vatbaar maakt. Een ding is zeker: ze is een ingehouden pasionaria . Het is onze Christine Ockrent en zelfs dat complimentje is niet aan haar besteed: “Gerrit, ik doe gewoon mijn job”. Dan toch dus dit zeldzame, en qua lengte, breedte en diepte zeker unieke interview.

martine-tanghe-ondanks-bekkenbreuk-in-volt-id1352513-1000x800-n
-Beste Martine, ik kan je moeilijk vousvoyeren want we hebben begin de jaren zeventig, op de campus van de KU-Kortrijk heerlijke momenten beleefd met onder andere Piet Paardekoper en andere illustere professoren. We kwamen allebei uit de provincie, jij -of all places uit Aalter en toch werden daar toen, tussen alle gedoe door, de fundamenten gelegd van een generatie die spraak zou maken: zowel in de standaardtaal als in de media.
-Martine Tanghe: Professor Piet Paardekoper was een monument. Die man kon je vreselijk laten schrikken met zijn beruchte binnenkomer: ‘schrik niet, ik ben het, schrik niet, ik ben het. Maar terwijl die dat zei stond hij wel onverhoeds achter jou en gingen zin handen op je schouders. Rare man, rare man. Ook het college Middelnederlandse spraakkunst op dinsdagochtend om acht uur zal ik niet snel vergeten. De combinatie van het vak, de professor met de rosse snor en de gammele boekentas en vooral het ontiegelijk onchristelijke tijdstip van het college schrikte mij niet af. Ik ging altijd keurig naar de les. Eigenlijk was ik een heel saai meisje. Niet dat ik alleen maar op mijn kot zat te studeren. Met een aantal jaargenoten kwam ze regelmatig samen om met veel overgave en plezier poëzie- en muziekavonden in elkaar te steken. En ook niet te vergeten: hoe ik je aanpookte en stookte om, in de wandelgangen, nog maar eens een stukje uit een conférence van Wim Sonneveld ten beste te geven. Later in Leuven ben ik van de ene op de andere dag, gestopt met dialect spreken. Sindsdien sprak ik enkel nog dialect met mijn vader.

 

Wie standaardtaal wil spreken wordt nogal eens snel verweten of te Hollands of bekakt te klinken. Het is alsof die keuze meteen een verraad is.

-Tanghe: Pas op je kan makkelijk kiezen voor tussentaal en een soort proxy-AN en tegelijk je achterban en het publiek, in mijn geval de kijker van het journaal, tevreden houden. De keuze om definitief te kapen met het dialect en de tussentaal is een kwestie van volhouden. Het valt te vergelijken met het stoppen met roken. Heb ik ook gedaan en het was vergelijkbaar: hervallen, occasioneel nog eens een uitzondering maken maar dan moet je voluit gaan of je redt het niet. Je moet vooral werken op de vanzelfsprekendheid en dan komt met die standaardtaal ook een zekere naturel. En dan maak ik nog geen gewag van zogezegd onoverkomelijke uitspraakfouten, de g’s en de h’s die ik vanuit het Oost-Vlaams had meegekregen. Het is liefde voor de taal die je begeleidt en sterkt in het gevecht voor de taal. Denk maar niet dat ik bij mijn eerste stemproef bij de toenmalige BRT een open doekje kreeg. D’r is flink geschaafd en gesleuteld.

Een germanist is vaak voorbestemd om les te geven, desnoods te doctoreren maar jij koos voor de media?

-Tanghe: Ik was natuurlijk een idealiste, ik dacht dat ik een boeiende carrière in het onderwijs tegemoet ging. Ik wou lerares worden, maar dan wel een hele goeie. Maar al tijdens mijn eerste een stage veegde ik dat plan al snel van tafel. Ik stond daar met heel veel enthousiasme voor die klas te vertellen. Maar die leerlingen zaten onderuitgezakt en zo apathisch naar mij te kijken. Ik dacht: nee, dat kan ik niet doen, ik ga dat niet kunnen verdragen.. Bovendien kreeg ik steeds meer belangstelling voor de actualiteit, de politiek, kortom voor alles wat er in de wereld gebeurde. Ik nam in de tweede licentie deel aan het journalistenexamen van de VRT, een examen dat maandenlang aansleepte. Daarvoor slaagde ik in december en op 1 februari 1978 ging mijn carrière bij de VRT van start.

Ik denk dat jij al heel snel besloot om je privé-leven volledig af te sluiten. Je zat nog op kot in Leuven, ergens boven een café op de Oude Markt en de mare deed de ronde dat er elke avond wel een andere journalistieke coryfee opgewonden zijn opwachting maakte voor je deur.

-Tanghe: Ik was naast Monique Delvaux die in 1971 als eerste vrouw de nieuwsdienst vervoegd had de enige vrouw op de redactie. Dat sprak tot alle soorten verbeelding en natuurlijk ging ik over de tongen. Ik had van me kunnen afbijten maar ik besloot om nooit statements naar de pers toe te doen want dat maakte ik het verhaal alleen maar smeuïger. Het journaal was dan misschien wel een mannenbastion maar ik kreeg als neofiet een perfecte omkadering, vertrouwen en vooral goeie raad. Als ik zo snel naar de presentatie van het journaal en de verkiezingsshow heb kunnen doorstoten dan is dat volledig op conto van mijn talent, de kansen die ik kreeg en heb ik daar geen andere prestaties moeten voor leveren. Ik heb een afgemeten stijl van lezen en presenteren en ook in de omgang met collega’s en de buitenwereld. Het ging zover dat de stand van mijn mondhoeken nagevlooid werd om alsnog een of ander vorm van vooringenomenheid, appreciatie of afkeer te detecteren. Laat ik zeggen dat ik een onthechte presentatie nastreef en een zekere eerlijkheid wat evenmin emotie uitsluit.

– Je was af en toe mikpunt van spot. Je werd achternagezeten door de jongens van “zonde van de zendtijd”. Die persifleerden jouw manier van lange vragen stellen tijdens een achtervolging van de schminkkamer naar de studio. Hilarisch was dat je stelde dat je geenszins lange vragen stelde want dat alleen de antwoorden er toe deden. Nou de fragmenten die ze lieten zien waren bewijs van het tegendeel. Kijk zelf maar mee

-Tanghe: Wie goed kijkt en luistert merkt dat de footage uitsluitend gesprekken met correspondenten en stand ups betreft. In dat geval is het policy dat je je vragen vooraf even groepeert, omdat er in zo’n gesprek op lange afstand altijd wat vertraging op de lijn zit . Je hebt niet de zelfde heen-en-weermogelijkheden als in een studio-gesprek. Ik ben helaas professioneel. Zonde van de zendtijd, voor een keer maakte het programma zijn naam echt waar. Maar kom, ik hou niet van nieuwslezers die overal opdraven in panels, comedy en zich voor de kar van een of andere liefdadigheid laten spannen. Ten minste: daar heb ik geen zin in. Mijn verschijning op de openbare omroep bezorgt me de status van Bekende Vlaming. Daardoor word ik vaak gevraagd om mijn gezicht of naam aan allerlei goede doelen te verlenen. Met alle sympathie, maar ik zeg altijd nee. Ik kan mij ook niet voor alles engageren. Hoe goed bedoeld het ook is. De waarde verdwijnt er ook van als ik mij zomaar voor elke kar laat spannen.Voor de borstkankercampagne van Kom op tegen Kanker maakte ik wel een uitzondering. Dat had vooral veel te maken met mijn moeder die borstkanker heeft gehad. Non suspectum want even later werd bij mij het zelfde gediagnosticeerd.

De tol van de roem en je wordt toch ook overladen met lof voor dat perfecte Nederlands wat je spreekt en toch ook voor je professionalisme.

-Tanghe: dat zal wel maar al die lof voor mijn -tussen aanhalingstekens, perfecte voordracht maskeert de realiteit dat er op de radio en de televisie steeds nonchalanter omgegaan wordt met taal. De Bart Peetersen van deze wereld hóéven zelfs geen stemattest te behalen.Dat is wel verplicht wanneer je een baan bij de nieuwsdienst ambieert.

Duidelijk geen fan van “ Bevergem”?

Tanghe: Oh juist wel. Je weet wat er over bloot in het theater gezegd werd in de jaren zeventig: het mocht maar het moest functioneel zijn. Het West-Vlaams in Bevergem is de functionaliteit zelve. Het is wat Wim Willaert zegt in het Standaard Magazine: door dat West-Vlaams en de gebaldheid ervan wordt het precies Shakespeare Een prachtig reeks, van het beste wat de VRT ooit heeft laten maken en uitzendt. Ik ben een trouwe kijker.

-Martine, nog een laatste vraag. Je presenteert niet langer het Groot Dictee. No hard feelings?

Tanghe: ik zou liegen als ik zeg dat ik dat niet zal missen. Ik keek ieder jaar uit naar dat uitstapje met Philip Freriks in Den Haag. We presenteerden dat al tien jaar sinds 2005, na zelf jaren in de jury gezeten te hebben. Dat ik daarvoor vanuit Nederland gevraagd werd beschouw ik als een compliment. Maar aan alles komt een eind. Het is mooi geweest en nu kan ik gewoon thuis zelf mee doen aan het dictee. De programma-makers wilden verandering en Freek Braeckman zal dat goed doen.

Martine dank voor dit gesprek (*)

-Martine: geen dank, the pleasure was mine…..

 
(*) dit gesprek vond zoals de voorgaande interviews met mevrouw Trierweiler ( ex-Hollande) en Danae Stratou aka mevrouw Varoufakis nooit plaats. Het is deel drie uit de reeks: onbereikbare vrouwen. Voor dit interview werd onder andere gegraaid in een zeldzaam portret/interview met Martine Tanghe. The urge om het zelfde met Martine te doen was een radio-item over haar ‘verwijdering’ uit het Groot Dictee der Nederlandse taal. Tal van vermoedens dat het een kwestie van leeftijd was, ook tal van interventies maar niemand die de moeite deed om Tanghe zelf aan het woord te laten. Dat had ze ook niet gedaan maar dan had je tenminste kunnen zeggen: Martine Tanghe wenst hier geen commentaar op te geven. Dat is haar stijl en ik denk- eerlijk- dat het antwoord dat ik haar in de mond leg ook het dichtste bij haar waarheid is. Iedereen heeft daar recht op: zijn of haar waarheid, de manier waarop men ‘waar’ en dus echt is. Dus Martine als je dit leest: schiet gerust op de pianist.

Advertenties