04/11/2006

Envoie

In 1980 besloten de zuivelboeren van het Franse dorp La Hague
hun boter en kaas niet langer onder de oorsprongsbenaming “ de la Hague” te commercialiseren.
De roemruchtigheid van de kerncentrale was daar de oorzaak van.
Er kwam na eeuwen een einde aan een appèlation die in heel Europa een keurmerk was. Als Bloemeke van Haag/ Fleur de la Haie ooit iets wordt schenk ik de naam terug aan de koeien van La Hague.

G.S.

“’T BLOEMEKE VAN HAAG”
origineel scenario-ontwerp

“Europa moet zijn identiteit verwerven en daarom , dames en heren, moet de diameter van een komkommer vastgelegd worden, is het aantal lussen in een badhanddoek bij decreet bepaald en moet alle kaas van verhitte melk en in steriele omstandigheden gemaakt worden. Ik daag u dan ook uit om naar Haag te trekken en daar in de melkerij van de gebroeders Bakster een “‘Bloemeke van Haag” te bestellen. Gij zult uw neus niet geloven en uw smaakpapillen zullen zeer on-Europees in uw mond dansen. Het kaasje wordt daar ook voor u in een bladzij naar keuze uit de Europese grondwet verpakt. Zeg het voort: het Bloemeke heeft Europa gered”.

Alfons de Ridder in het “Internationaal Tijdschrift Financiën, Handel, Nijverheid , Kunsten en Wetenschappen”.

Pitch:

Als de goedaardige bacterie Bert merkt dat zijn kameraad Phil O’cock net als hij in “’t bloemeke van Haag”, een kaasje van de melkerij van de gebroeders Bakter zit, weet hij dat er geen seconde te verliezen valt: om zo snel mogelijk terug te keren naar de kaasfabriek. Door de maag, de darmen, de riolering volgt een odyssee: het voortbestaan van de bakters en de kaasfabriek staat op het spel!

“Kaas verkoopt altijd”
Mijnheer Van Schoonbeke in “Kaas” van Elsschot

Synopsis

In het landelijke dorpje Haag staat de melkerij/kaasfabriek waar de beroemde Haagse kaas
‘’ ‘t Bloemeke van Haag” gemaakt wordt. ’t Bloemeke is een zachte kaas die heerlijk schimmelt en van rauwe melk gemaakt wordt. Het maken, rijpen en schimmelen van de kaas is al eeuwenlang het werk van de Bakters. Bert Bakter is een jonge bacterie die maar wat fier is op het werk van zijn ma, ooms en tantes en zelf ook op een dag in de kaas zal gaan.

Maar nu kan hij samen met zijn vrienden nog spelen in de Wei (de restmelk). Spelen is hun favoriete bezigheid: melkwolkjes maken, boter en kaas spelen of heerlijk kokoenen:. De kleine bakters reizen samen in één uitgestrekt lijf door de melk als zaten ze in een bus waar twaalf gezichten door de ramen priemen.
Zo heerlijk is het leven in de kaasfabriek waar iedere dag weer liters rauwe melk binnenkomen en tot room, boter en kaas verwerkt worden. Maar er dreigt onraad. In de toiletten en de rioleringen huizen de badsters, gevaarlijke bacteriën die zich alleen maar amuseren in het afval en het moment afwachten dat de spoelbak hun samen met de grote en kleine ‘boodschap’ een wave van jewelste brengt. Het lijkt wel op aqualibi. Bert weet wel dat hij voor beter in de wieg gelegd is.

De echte miserie die het geluk van de zijnen overschaduwt is het dreigende verbod om nog langer rauwe melk te gebruiken voor de kaasproductie en andere Europese regelgevingen die nogal contrasteren met de artisanale productie daar in Haag.

Op en dag gebeurt echter iets. Even onoplettend raakt Bert bij het spelen in de Wei verstrikt in de kaaswrongel om even later in een kaasje terecht te komen. Hij is niet alleen, ook Phil O’cock is van de partij en dat laat het ergste vermoeden. Even later worden ze tijdens een maaltijd opgeslokt en komen ze in een boerenmaag terecht. Bert weet dat hij zo snel mogelijk terug naar de fabriek in Haag moet om te melden dat er besmetting is voor de inspecteurs de zegels leggen .

Wat volgt is een odyssee door het lijf van de man die hem opslokte, door de rioleringen terug naar af: een avontuurlijke tocht met vele gevaren en een onverwachte bondgenoot….Zullen Bert en Phil het halen of is dit het einde van het Bloemeke van Haag……”’t Bloemeke van Haag” is een roadmovie door de melk en de smurrie maar vooral ook het verhaal van een onverwachte vriendschap over de grenzen van goed en slecht heen.

“Als je de magie in de kaas kunt zien, kun je de magie in al het andere zien”
Sarah-Kate Lynch in “Zalig zijn de kaasmakers”

Intentieverklaring

Motivatie

Het Bloemeke van Haag is, denk ik, een innemende vertelling die eerst educatief oogt en zich vervolgens ontwikkeld tot een ware animatie en een spannend verhaal. Je duikelt de kinderen onder in een microscopische wereld waar ook goed en kwaad en veel daartussen bestaat. Het is tegelijk een verkenning van een wondere wereld wiens werkelijkheid zoweinig mogelijk geweld aangedaan wordt: bacteriën blijven bacteriën maar er zijn er ook goeie, melk wordt kaas en de baksters spelen daar een belangrijke rol in. En in filigraan wordt ook een portret opgehangen van dingen die dreigen te verdwijnen.

Aanleiding

Na Hazentem ( mijn eerste animatiescenario) had ik geen zin om bij de pakken te blijven zitten en wou ik mijn werk verder zetten en diversifiëren . Ik schreef eerst de aanloop voor een langspeelfim (Streakers) en tegelijk beviel ik van “’t Bloemeke van Haag”. Na de “de canon” van Hazentem leek het alsof dat nooit meer overtroffen zou worden. Eerst zaten mijn bacteriën nog in een brouwerij ( Brew Bros Baksters!) maar een wakkere moeder zei me dat een verhaal voor kinderen met bier niet zo pedagogisch was en dus werd de brouwerij onvernight een kaasfabriek. ’t Bloemeke van Haag is nog altijd de heerlijk ouderwetse werktitel.

Benadering

Het Bloemeke van Haag lijkt een ouderwets verhaaltje maar de dynamische verhaallijn moet twee zaken in de verf zetten: enerzijds is er de prachtige smeuïge leefwereld waarin de bacteriën vertoeven en anderzijds de avontuurlijke odyssee die Bert en Phil gaan doorstaan

Het leidmotief van dit verhaal is dat het meest onwaarschijnlijke waar wordt ( ik vrees dat dit een constante wordt na Hazentem) . Op een uitzondering na zijn microben nog nooit het onderwerp en de hoofdpersonages geweest van een animatiefilm of toch niet op deze manier. Bovendien zijn ze per definitie en met het blote oog onzichtbaar Je maakt van de nood een deugd: de onzichtbare bacteriën krijgen een eigengereid elastisch en fleurig lijf én een omhulsel (een soort voer-tuig) en navenante fleurige eigenschappen. Niet voor niets heet de kaas die ze maken bloemeke ( Fleur de la haie !, het Frans was er deze keer het eerst. In de Franse versie heet Bert Bakter dan ook Lucien Lacto nvdr).
.
Structuur & Stijl

Vanuit puur animatiestandpunt is hier sprake van een buitenkans. De bakters hebben een zeer kleurrijk en flubberig lijf dat zowel individueel als collectief beweegt en alle vormen kan aannemen. Collectief betekent in deze dat ze kunnen samenhuizen en -bewegen ofte kokoenen. Een dozijn jonge bakters in èèn lijf is geen zeldzaamheid en dan reizen ze als in een bus door de melk ( een melkbus als u het wil) . Bij het institut pasteur in Parijs bestaat zelfs een opname van een aantal bakters dat samen een mickey mouse te voorschijn tovert ( zie cover). Het valt dus niet uit te sluiten dat ze ook tekstboodschappen toveren die in het slot van het verhaal wel eens een cruciale rol zouden kunnen spelen. Wat te denken als de ouwe laborant van de kaasfabriek onder zijn microscoop te lezen krijgt dat er besmetting in het spel is.

Er is ook gedacht aan een spreektaal voor onze helden en ook die is één en al flubber en fleur . Omdat onze baksters altijd in de melk, de wei of de ‘pate mole’ van de kaas vertoeven hebben ze absoluut moeite om scherpe klinkers en medeklinkers uit te spreken. Een zinnetje als ‘Ik ga naar huis’ wordt algauw ‘ ich gana huus’. Elke gelijkenis met het Limburgs berust op puur toeval.

Een zaak is daarmee duidelijk ’t Bloemeke van Haag moet van het witte doek ( de melk!) spatten, om niet te spreken van de buitenkansen die deze tactiek levert voor de merchandising (flubberpoppen met één of meer bakters, kinderkaasjes…..) wat budgetgewijs niet te veronachtzamen valt. M.i. wordt dit pure animatie of zoals mijn Baksters het zeggen ‘zuivele animasie’.

De tweede krachtlijn is de odyssee die Bert en Phil zullen ondernemen: een reis door de intestijnen van het menselijk lichaam, rioleringen, beken, bosschages en toiletten. Het wordt zondermeer een smeuïg verhaal dat mij nog het meest doet denken aan action painting. De animator moet de allure hebben van Jason Pollack maar ook de vaste hand van Keith Haring.
In zekere zin wordt de tactiek van het blote oog verlaten. Ik zie Bert en Phil niet dobberen in een beekje maar eerder worstelen met allerlei materie . Je kan je ‘camera’ natuurlijk laten in – en uitzoemen maar veel interessanter is het om de kijkertjes van meet af aan aan de microcosmos te laten gewennen. We stappen in een andere dimensie.

In die zin heb ik al een aantal tekenaars gepolst voor deze heel speciale benadering. De zoektocht is bezig maar ik denk dat dit werk is voor een echte professional.

«De tous les métiers et les arts la fromagerie et sans doute…..”
A.d.R . in « Revue Continental du Commerce et des Metiers »

Personages

Bert Bakter
Bert is een piepjonge maar leergierige en vooral nieuwsgierige bacteriejongen. Hij is ook heel inventief. Omdat zijn vrienden altijd maar praten over de badstertjes die in de toiletpotten zoveel lol hebben vindt hij leuke spelletjes uit in de melk en in de wei (de vloeistof die overblijft na het vormen van de kaaswrongel maar de dubbele betekenis van speelwei is meegenomen). Hij vindt het kokoenen uit (samen-huizen en reizen in één lichaam) en het haasje-over-in-de-wei en nog veel andere dingen zoals het figuurzwemmen ( samen een tekening vormen). Bert is de leider van het jongen bakstervolkje en neemt af en toe wel eens een risico en dat zal hem op een dag in het ware avontuur storten….

Ma Bakter

De moeder van Bert is weduwe en een brave noeste werkster die haar zoon verhalen vertelt over het prachtige werk dat de baksters dag op dag en al eeuwenlang leveren. Ze vertelt hem ook hoe de bacteries eindeloze levens hebben door zich af te splitsen net voor ze in de kaas gaan. Zij is het die Bert de pluriformiteit en het flubbergehalte van de baksters leert kennen waardoor Bert dol plezier beleeft. Ma Bakter is een bedreven kokkin die suikerspinnen van Wei kan maken, light kaasfonduetjes, roomtaartjes en yoghurtsnoepjes. Na de werkuren drijft ze een heus snoepwinkeltje.

Biebakterloeba
Dat is Berts beste vriend. Biebakterloeba swingt en zingt de hele dag door de melkwei en op de melkweg. Bie is poetisch en dichterlijk aangelegd. Behalve zingen kan hij het ook prachtig zeggen, heel vaak op rijm en in versjes natuurlijk. Zijn rijm is altijd vers en zijn versjes zijn berijmd.

Phil O’ Cock
Phil is een leeftijdsgenoot van Bert maar hoort in het andere kamp, dat van de Badsters. Het is geen slechte jongen verre van maar ja hij hoort thuis in de toiletpot en niet in de melk. Misschien is er nog redding voor Phil en heeft het lot hem uitgekozen voor een heel belangrijke taak.

Sam O’ Nell
Sam is onverbeterlijk dat mag je wel zeggen, een badster van het puurste soort, een gluiperd die de kleine baksters treitert en zich vaak vermomt als bakster.

En dan is er een leger van decorpersonages: ooms en tantes bakster die stakanovistisch bezig zijn en het hele korps van de badsters dat zich te pletter amuseren .

“ Men moet de gaten in de kaas en de kaas in de gaten houden”
Zwitsers spreeekwoord

Treatment ( een doorloop met enkele tekstfragmenten)

Proloog

We zien nog net hoe een busje baksters verwoed door de melk jaagt in een draaikolk terecht komt en er vervolgens een houten spade door de melk gaat die aan het stremmen is en even later zien we een wrongel kaas in een vloed van Wei zwemmen. Het busje duikt aan de rand weer op
Biebakteloeba
-“Hippe de bibberdat was op de nipper”
Bert
-“Ja ich ben even van mijn melk”

De andere in de ‘bus’ zitten nerveus te giechelen en gappen naar lucht

Bert
“Oei ich moe na huis, ma’s wek is gedaan. Tot Moge ”

Allemaal
Tot Moge Bet !

We zien hoe het busje in twaalf verschillende lijfjes uiteenspringt en iedereen flitst vervolgens door de Wei naar huis
De ‘camera’ duikt uit de kaasbrij en achteruit travelend zien we de oude kaasfabriek een reeks houten tobbes waar mannen het kaasdoek in spannen en de wrongels in de vormen leggen. Het is tijd voor de generiek
De tobbes worden geloosd en schoongespoten.

Eerste Akt
Alle deelnemende karakters passeren hier de revue
De snoepjeswinkel van ma Bakter is het centrum van de bacteriënwereld

Bij Bert thuis inde snoepjeswinkel (in een groef op de rand van de kaaskuip)
Roomtaartjes, Yoghurt in alle kleuren, kaasfondutjes en melkspinnen staan mooi uitgestald en daarachter draait Moe Bakster alweer een suikerspin van melk. Er komen klanten aan- en afglijden . Bert neemt even over van zijn moeder.
Biebakteloeba komt aanzetten:

“al bekomen, Bert?”
“Zwijg stil, als moe dat weet…”
“ was toch leuk, niet”
Bert gaat over op fluistertoon
“ we moeten opletten”
“je komt toch morgen !”
“misschien”

’s avonds net voor het naar bed gaan
moe bakter vertelt hoe het werk verloopt in de kaaskuip
Bert
“en dan ga je in de kaas”
MA
“nou een stukje van mij gaat in de kaas, maar dan dubbel ik mezelf “
BERT
“hoezo?”
MA
“ dat kunnen wij bacteriën, plots is er een tweede ma bakter en die gaat in de kaas. Ikke niet”
BERT
“Oef, want dan was ik je kwijt”
“ Maar dat moet dan wel heel snel dat dubbelen. Kan ik dat ook?”
MA
“Alleen als je groot bent, nu dus niet”
BERT
“Oh!”
MA
“Ja jij hoeft nog niet in de kaas”
“Ga maar lekker slapen, joch”

De volgende ochtend

Moe bakter neemt een duik in de kuip en net als ze weg is duiken alle vrienden van Bert op.
De melk stroomt en kolkt in de kuip.

De vrienden kijken de andere kant op naar de open toiletdeur waarachter de badsters huizen. Er klinken enthousiaste kreten. We zien hoe ze in de toiletpot duiken en tollen.

Bij de Badsters

De babybadsters glijden in de pot naar beneden in de smurie en worden vervolgens overspoeld door een gigantische tsunami.
Sam O’ nell duwt iedereeen opzij tijdens zijn glijbeurt.
SAM
“Heerlijk, meer van dat, opzij stakkers …”

Terug bij de snoepjeswinkel
Een bende staat te roepen onder het raam van Bart. Die komt te voorschijn , wrijft de slaap uit zijn ogen:
BART
“Ik kom er aan”
BIEbakterloeba
“Wij zijn er klaar voor”

(ergens achter een hoekje duikt Phil O’cock weg )

Bert komt eindelijk buiten en iedereen troept samen om te kokoenen. Je ziet ze duiken en vervolgens nemen ze allerlei vormen aan : ze doen Mickey en andere contouren van cartoonfiguren tot er eentje roept :

“de bus, de bus, de bus”
en iedereen mee scandeert : “

de bus, de bus, de bus”

waarna ze als een duikboot hun reis verderzetten…………….met Phil in hun kielzog

Aan boord van de busboot

Er heerst enige vrolijkheid aan boord , er wordt luid gezongen en gekreten
“E we ga nog niet na huis , bijlange nie , bijlange nie
En was moe in huis da ginge we nog nie, dan ginge we nog
E was ons moe in huis dan gingen we nog nie na huis”

Ze kruisen andere busboten en het komt tot aanvaringen waarbij de bemanning van de ene boot naar de andere versast wordt. Het is een echt botsautokraam.

De tijd vliegt en niemand merkt dat de melk aan het schiften is en in dikke vlokken aan het stremmen gaat.

we zitten in het oog van de storm. Alle bussen proberen zich uit de voeten te maken. Dat lukt hun node.

In de groep waar Bert bijzit is het wel behoorlijk paniekerig . Bert stuurt zo goed mogelijk maar even later koppelt hij zich lost en verdwijnt in een witte kolk. De rest van de bus spat uiteen en iedereen flits weg. De wei stroomt uit de ketel

Tweede akt

In de kaasdrogerij
Talloze kaasjes liggen in de rekken te rijpen. Handen keren de kaasjes die een korst ontwikkelen. Een stemmetje klinkt uit een van de kaasjes

BERT
“Hallo is daar iemand, hallo…is er iemand.”
In de vlokkige witte massa onderscheiden we Bert in baarmoederzit
“echt niemand…..”
Plots is er gewriemel en beweging, Phil O’Cock komt aangecrawled
“ pphhh….ikke…pphh…”
“wie ben jij?”
“Ikke? Ikke ben Phil….ppff…al die smurrie …sorry…Phil O’cock aangenaam”
“Wat doe jij hier!”

“Zijn we in de kaas?”
“Dik in de puree, denk ik, in de str….”
“En wat gebeurt er nu?”
“Kweenie…er is nog nooit iemand teruggekomen van de kaas….”
“Ik wil terug….”
“En ikke nie zeker”
“Maar we kunnen wel heen-en-weer”
“Wat is dat?
“Een spelletje”
“ ja daar ben jij sterk in in spelletjes, jij bent toch Bert Bakter…”
“Hoe ken je mij”
“je bent beroemd tot in de pot…”
“de pot ? Jij bent een…”
“Ja een badster en nu kan ik de pot op zeker”
“Nee ….we moeten hier uit ”
“Ja en met je heen en weer komen we niet ver…..”
“wacht eens …zijn we echt alleen?”
“Er zitten er heel veel op het dak en de buitenmuren, die zitten te schimmelen”
“De dubbels!”
“Dubbels?”
“Ja de grote bakters verdubbelen zich net voor ze in de kaas gaan”

Het kaasje waar Bert en Phil in zitten wordt vervolgens opgeslokt door een boer die het hele kaasje met flink wat wijn naar binnen spoelt.

De hele tocht door het lijf van de boer is al een krachttoer voor onze jonge bacteriën maar het moment suprême is natuurlijk als ze weer de buitenwereld uitgestulpt worden.
Ze weten na de eerste spoelbeurt en hun entree in het riool niet meer waar ze zijn. Laat staan waar de kaasfabriek zou kunnen zijn.

Het vinden van de weg terug kan alleen door toeval en occasionele hulp van bacsters en badsters en dat maakt dat Bert en Phil hun ‘culturele’ verschillen -een jongen uit de kuip en een uit de pot- juist zullen kunnen omsmeden tot een meer dan objectief bondgenootschap.

Er zal aanvankelijk ongetwijfeld gespeeld worden met de animositeit tussen beide maar gaandeweg lost die op tot een kameraadschap: ze zijn gewoon op mekaar en elkaars eigenaardigheden aangewezen. Bert gaat op zijn intuïtie af en Phil is eigenlijk verlegen maar compenseert dat door stoer te doen: il prend la fuite en avant. Het is de bluts en de buil.

De interactie met het milieu onderweg ontaard in confrontaties en bondgenootschappen. Het is niet uitgesloten dat reisduiven ofte een andere soort oriëntatiegevoelige ( en bacteriële affiniteit hebbende ) dieren een rol spelen in het terugvinden van de weg naar de melkerij.

Derde Akt

Terug in de kaasfabriek moet de vreugdevolle hereniging met moeder en familie samenvallen met een masterplan om de toekomst van zowel de baksters als wel de kaasfabriek te redden. Het is een meeting of the minds waarbij iedereen het zijne zal bijdragen. Phil bezit belangrijke informatie over de infiltratie van de badsters . Het is niet uit te sluiten dat hij als ‘dubbelagent’ tijdelijk terugkeert naar de ‘pot’. In de kuip wordt ondertussen beraadslaagd. Het figuurzwemmen (de Mickey ! ) lijkt mij het beste communicatiemiddel met de buitenwereld . In de beeldtaal van de baksters zal voor de kaasmakers duidelijk worden waar de gevaren en de oplossingen liggen: allicht een verregaande sanering zonder evenwel af te doen aan de artisanale verwerking van de kaas. De melkerij in Haag zal blijven bestaan en met hun het fiere geslacht van de baksters.

Technische kenmerken/doelgroep

Het ‘ Bloemeken van Haag ’ is opgezet als een langspeelfilm, een verhaal van A tot Z. Dat is misschien ambitieus want daarmee verkeert hij in het bangelijke gezelschap van films als Ants & Nemo en dat zijn behalve kaskrakers ook internationale producties.

In ieder geval zie ik deze film niet bestaan zonder een gedurfde artistieke aanpak. Ik verwijs onder andere naar de speciale dimensie waar in de film gemaakt zou kunnen worden. De verhaallijn is, bij nader inzien de zelfde als die van Nemo : visje amuseert zich, visje riskeert zich, visje raakt in het avontuur. Vervang visje door bacterie en je weet dat je niks nieuws uitvindt. Dus moet je het hebben van de meerwaardes in het verhaal en de vorm. Ik hoop dat ik de meerwaarde in het verhaal heb kunnen laten voelen.

In de animatie maakt de 3D opgang en geldt deze als dè norm. Ik ben terzake niet voldoende beslagen en dus laat ik het oordeel aan de specialisten. Een ding is wel duidelijk dit kan onmogelijk een ‘tekenfilm’ worden. .

De doelgroep lijkt mij 8-13 te zijn, dat is een leeftijdscatergorie die vooral ‘wit’ en full animation wil. En aangezien we mikken op een bioscoopfilm zit er een dubbele gelaagdheid in waardoor de vergezellende ouders ook hun plezier kunnen halen aan deze vertoning.

Advertenties