Een sprookje voor volwassenen

Het was geen zicht, een sjofele kikker wiens uitgemergelde karkas zich als bij wonder voortbewoog op een stel ragfijne beentjes. Hij was groen maar van dat fluorescerend groen dat hem bij nacht het uitzicht gaf van een dolend en zeker radioactief skelet. Hij zag er echt niet uit maar hij klonk wel aardig:als een op hol geslagen xylofoon als hij zich parmantig voor de borst klopte. Overal waar hij op die zomerse dag voorbij kwam vielen de kraaien van verbazing uit hun hazeslaapjes en proestten de reigermeisjes het uit. Hihi.. haha…. klonk het uit hun fijne bekjes en ze deden hem na en stapten parmantig een eind met hem mee zonder dat hij het in de gaten had.

Je kon hem van ver horen aankomen: knikkende knokken en kniëen , rytmisch rattelen van raffelende ribben en oogballen die met de klank van castagnettes in hun oogkassen stuiterden. Zephirus was een eenmansorkest en hij hoefde zich geen gigantische trommel voor de buik te binden noch belletjes aan zijn enkels of een tamboerijn in zijn kruin om als een eenmansfanfare te klinken.

Maar het was thans een fanfare zonder fut die onder het zenith van de middag over de weg struinde, slofte. en slefte. Al uren liep hij tussen duinen en helmgras. Verbaasd keek hij plots uit op een groen groen veld met mals gras. Even zette hij een stap terug en stond hij weer in de kale duinen, ging terug en voelde de koelte van het gras aan zijn voeten. Heen en weer, heen en weer als een jongen die de plaats ontdekt heeft waar je me het ene been in een regenbui en het andere in de zon kan staan. Dan zeeg hij neer, stortte hij zich op het gras en likte helemaal onderaan de grassprietjes een paar intakt gebleven dauwdruppels weg en viel vervolgens in een diepe slaap.

Toen hij weer wakker werd stonden twee verbaasde jonge hazen hem te monsteren. Het eerste wat hij zag in de waas van het wakker worden was hun spitse oren en de karbonkels van ogen. Ogen vol plezier en met van alles in de zin, kijkers die in je vel kittelden en waar guitigheid uit sprak.

“Het ha geen hazenhaar gescheel of je was vanavon in de soep belan van moeder froep” zei de zorgelijkste van de twee . “Nou daar zeg je wat”: kwekte de andere, die veel weg had van een patser: “kikkerbillen op grootmoederswijze”.

“Wawawa waar ben ik?” stammelde Zephirus, die niet op kon tegen zoveel jolijt.

“In Hazentem, mijnheer de prairiedanser” zei de patser.

“Aangenaam u te ontmoete, ik ben Frapanius en dat is mijn broer Friponius. Wij waren het vel aan het maaien en zagen u geeneens liggen”. Onderwijl haalde hij een vracht wortelen uit zijn beide oren, stapelde die torenhoog en mikte er uiteindelijk nog een vrachtje knolraapjes bovenop. De andere, de patser, had onder beide oksels een vracht klaver die hij naast de groenten taste .

“Is voor het restaurant van oma Froep, moeten wij elke dag doen: het vliegveld maaien en de groenten rooien.”. Hij leek zijn woorden te kauwen en zei eigenlijk restauran en vlievel. Zephirus was onderhand overeind gekrabbeld en dat gaf een reutelratel van jewelste.

“Jij bent een heel orkest, man”,

“Zephirus Zep, straatartiest, orkestleider en voordrachtkunstenaar, om u te dienen”, zei de kikker ” ik heb al in geen dagen meer gegeten, zei u dat er een restaurant in de buurt was?”

“En of, ons omoe heb twee vorkjes in de dierengourmegis”

“Hij bedoelt de dierengourmetgids. Frap heeft een spraakgebrekje. Maar kan u iets voor ons spelen?”

Met verenigde krachten schikte zephirus zijn hele lijf en speelde enkele riedeltjes. Zijn vingers betokkelden zijn borstkas , vervolgens roffelde hij op zijn bol geblazen kaken terwijl zijn oogballen een strakke upbeat aanhielden in zijn oogkassen. Terwijl hij zo bezig was volgde hij Frip en Frap die rond hem dansten terwijl ze de wortels, de klaver en de hele groentereutemetuet boven hun hoofden droeg. Het was een olijk gezelschap dat op die manier in het blikveld van oma Froep kwam.

Oma Froep daar kon je niet naast kijken, ze straalde van goedheid en haar ronde bolle vormen verrieden dat ze wel heel lekker kon koken. Ja in het hele dierenrrijk en dus ver buiten de grenzen van Hazentem was haar kookkunst bekend. Ze maakte overheerlijke hutsiefrutsie, groentenstoofpot waarin malse raapjes, worteltjes en patatjes geplet werden , froepbrood en ook hazelnotenchocoladedessert. Daarvoor kwamen ze van ver aanvliegen. Ja aanvliegen want Hazentem beschikte, sinds alle dieren konden vliegen, over een heuse vlieghaven.

Nou die vlieghaven dat was een heel verhaal. Het begon er mee dat alle dieren konden vliegen dus ook de krokodil, de olifant en zelfs de walvis die zoals je weet best al eens op de golven kan surfen. Nou die walvis die kon plots de lucht ingaan. Dat kon hij dus wel maar ergens anders dan op het water kon hij terug naar beneden.

Dan had je buiten Hazentem gerekend , daar was een start- èn een landingsbaan waar zo’n kanjer in zijn eentje en in zijn uppie op èn ook nog eens neer kon gaan…

Hazentem Internationaal begon als een ongelukje. Dat kan je wel zeggen. Die Frapanius en die Friponius van daar straks wilden absoluut leren vliegen ook al mocht dat niet van hun oom Freponius Filanderum.

Oom Frep had namelijk ooit eens een lange reis gemaakt al vliegend, tot in Olifantasië. Dat zal hij niet vlug vergeten want die olifanten hadden hem midden de woestijn het leven gered toen hij het al drie dagen zonder een druppel water had moeten stellen. Hij was bijna een haas voor de kat geweest.

Helemaal groggy werd hij plots getrakteerd op een douche uit een olifantensnuit. Dagen had het geduurd voor hij weer op krachten was en de olifanten hem met een slurfworp weer de lucht in kregen. Nu alsof dat niet genoeg was geweest kwam hij bij zijn terugreis naar Hazentem geheel onzacht in de boom van de zusters spreeuw terecht. Was me dat een geschreeuw, de zusters die keelden toen Frep recht naar beneden kwam en zich tot zijn middel in de boom boorde. Zijn navel kon je nog net zien maar zijn benen zitten sindsdien in de stam en daar hebben ze ook wortel geschoten.

Frep is half boom en half haas maar daar zal je hem niet over horen klagen, de zusters zorgen voor hem en vinden het best aardig dat Frep daar permanent de wacht houdt.

Dus van oom Frep mochten Frip en Frap niet leren vliegen. “Je maakt wat mee” zei hij altijd,: “uitvliegen dat is niks, dat kan het kleinste hazenkind maar er weer invliegen dat is andere pap, ik heb mijn portie gehad. En jullie wil ik Frepperdefrep niet in de lucht zien gaan. Nog in geen honderd jaar..

Maar op een dag had Frip zo hard aan de oren van die anders wel hele brave Frap gezeurd dat ze een duovluchtje uitprobeerden. Dus greep Frip Frap bij de benen, in kruiwagengreep en renden ze voor hun leven over het grasveld naast het hazenleger. Ze kwamen van de grond maar doken meteen weer naar beneden. Frap die de bui, de bluts en de buil zag hangen begon verwoed met zijn oren te flapperen; die dacht zo nog een beetje hoogte te halen en een lelijke smak op zijn kanus te vermijden.

Het resultaat was dat het gras over wel vierhonderd meter, tot vlak bij de boom van de zusters, een paar keer -heen en weer, gemaaid werd en dat de hazendokter wel meer dan honderd wortelen, aardappelen en een knots van een komkommer en een pompoen uit zijn linker- en rechteroor moest verwijderen.

En dan hebben we het nog niet over wat er de volgende ochtend gebeurde. Een familie zwaluwen die terugreis was van het verre zuiden was die nacht op het gemaaide veld geland. Vader zwaluw was vol lof over de landingsbaan die zeker, gezien in het perspectief van het dierenwereldwijdsverkeer, een doorbraak zou betekenen voor de luchtvaart in het algemeen en Hazentem in het bijzonder. Onnodig te zeggen dat dat wel spek naar de bek was van Frip en Frap maar net iets van het goede teveel voor oom Frep.

Toen de zwaluwen weer vertrokken riepen de zwaluwen oom Frep nog na dat die het zeker aan iedereen zou vertellen dat er in Hazentem een begin was gemaakt van een internationale luchthaven. De volgende avond was er al een vlucht mieren op terugweg uit Mekka geland en een regiment ooievaars, met een flink aantal pasgeboren dierenkinderen aan boord. Dat had namelijk met vleugelpech af te rekenen. Ja, in een mum van tijd was Hazentem in de hele dierenwereld bekend, niet alleen voor zijn luchthaven maar ook voor het restaurant van Oma Froep natuurlijk. Heb jij ooit al Hutsieflutsie geproefd, het lievelingsdessert van alle Hazentemmenaars: hazelnotenchocolade. Nou dan weet je niet wat lekker is.

Advertenties