Tags

, , ,

51b8d9a1e4b0de6db9c30190

à la ministre de l’Enseignement de la Communauté française Marie-Dominique Simonet

Geachte mevrouw de minister

Mevrouw, ik ben al enige jaren leraar Nederlands in het Franstalig onderwijs in Brussel. In theorie wordt het Nederlands binnen uw onderwijsnet op een exemplarische manier onderwezen. Tal van Franstalige collega’s hebben een bachelor of master in de Nederlandse taal en werken zich de naad uit de broek. U rekruteert ook Nederlandstalige leraars en sinds een paar jaar wordt er her en der immersie-onderwijs in het Nederlands georganiseerd. A premiere vue bekleedt het Nederlands een belangrijke plaats want in het secundair onderwijs is de tweede landstaal verplichte materie.

Net daar wringt het schoentje. Straks gaat er weer een hele lading studenten in lycea, athenea en colleges aan de slag en dat betekent dus ook zes jaar lang Nederlands leren. Tegelijk zijn er net voor de vakantie duizenden leerlingen,  al dan niet met vrucht, afgestudeerd en als het op Nederlands aankomt dan denken die: plus jamais, alleen als het echt moet, om een job te krijgen maar wat heb ik me al die jaren afgepeigerd. Echt waar mevrouw Nederlands is voor een merendeel van de leerlingen een marteling, een begankenis, a pain in the ass geweest.

Ik vraag u hierbij ook om het vak Nederlands niet langer als verplichte materie te beschouwen. En wel hier om. De manier waarop de taal onderwezen wordt is totaal achterhaald,  de hele didactische en academische omkadering van het Nederlands is gescleroseerd , uw inspecteurs spelen onder één hoedje met de uitgevers en ieder jaar levert het Franstalig onderwijs een contingent Nederlands-haters af. En last but not least: de meeste leerlingen kunnen op achttien niet eens of nauwelijks een eenvoudig gesprek in het Nederlands voeren: het is moeite voor niets.

Waar haal ik deze toch wel vernietigende conclusie, dat het geen zin heeft om obligatoir Nederlands te leren in uw Franstalig onderwijs? Uit mijn eigen ervaring natuurlijk, dertien jaar in tal van scholen als interimaris. Maar ook uit gesprekken met volwassen leerlingen die ik de afgelopen twee jaar ontmoet in mijn klas Nederlands. Die komen op eigen initiatief of worden door de Brusselse tewerkstellingsdienst naar de taallessen in de promotion sociale gestuurd.

Ik zie ze in de eerste les bedeesd en afwachtend binnendruppelen want Nederlands heeft de reputatie moeilijk en onmogelijk te zijn. Later halen ze opgelucht adem omdat mijn collega’s en ikzelf op een heel dynamische manier en met  kleine groepen werken. Ook natuurlijk omdat ze wat van hun wilde haren kwijt zijn en iets meer motivatie hebben.

Wat ze mij over die lessen Nederlands in het secundair vertellen is hallucinant : een enorm verloop van leraren Nederlands, periodes zonder leraar, geen opvolging van de leerstof en dus telkens weer stereotiepe woordenschat en grammatica. Als er één vreemde taal is dan is het wel het Nederlands. Engels is daarbij vergeleken een levende taal.

Het vreemde taalonderwijs wordt binnen uw onderwijsstructuur enorm beïnvloed door de manier waarop de moedertaal Frans onderwezen wordt. De moedertaal is op spontane manier verworven en vraagt alleen om een soort verdieping en bijschaving: vandaar het belang wat gehecht wordt aan spelling, grammatica en woordenschat. op zich terecht maar dat straalt af op de manier waarop het vak Nederlands onderwezen wordt met prioriteit voor grammaire et vocabulaire. 

Uiteraard wordt in het leerplan meer dan dat gestipuleerd. Het gaat dan om de zogenaamde  vaardigheden ofte compétences: compréhension lecture/audition, expression écrite/orale.  Op papier oogt dat goed maar in de praktijk worden leerlingen overgeleverd aan een soort puntenconcours. Het objectief is : de helft van de punten halen, op welke manier dan ook maar zeker niet de taal voldoend begrijpen en redelijk vloeiend spreken.

De leerlingen worstelen met de totaal ander uitspraak van tweeklanken, het compleet afwijkend gebruik van hebben en zijn, de verwarring tussen het en de . Voor tal van zaken die de Nederlandstalige native speaker spontaan verwerft  wordt nieuwe grammatica aangemaakt.

Als je Franstaligen wil aanmoedigen om Nederlands te spreken dan moet je ook aanvaarden dat ze fouten maken, dan is grammatica het laatste wat je ze moet inpeperen.  Nederlands zou zo iets als gymnastiek moeten zijn, zeker in de eerste twee jaar van de taalverwerving. Daar bestaat een methode voor: Total Physical Response. Daarbij wordt alles begrepen binnen de context en met mime.  In plaats daar van worden leerlingen nu geconfronteerd met leerboeken die al twintig jaar door uw inspecteurs aanbevolen worden. Die staan vol; jawel,  met woordenschat en grammatica.

Natuurlijk hebben de uitgevers er ook cd’tjes bij gestopt en een volledig pakket taken en oefeningen op maat van de leraars en volledig in lijn met het leerplan.

Spreek een gemiddeld leerling aan over zijn kennis van het Nederlands en hij antwoordt steevast dat hij alleen maar een beetje Nederlands spreekt: un peu. Vraag je om iets te zeggen dat stelt hij of zij  zich voor, vertelt hij in welke straat hij woont en hoeveel broers en zussen hij heeft. Alles dus wat je voor een politieverhoor moet weten maar geen prettig informeel gesprek.  Ontmoet je een leerling op de bus met een handboek Nederlands derde jaar dan krijg je op de vraag: “ leer je graag Nederlands?” het antwoord: “pardon je compres pas…”

Leraars staan voor overvolle klassen vol apathische leerlingen en geven jaar in jaar uit de zelfde cursus. Het komt wel eens tot een klasreis naar Vlaanderen maar verder is er geen buitenschoolse omkadering.  Nederlands is gewoon een vak als fysica of wiskunde, een vak waar je de helft voor moet halen.

Uitzonderingen niet te na gesproken verlaten de leerlingen de school om dat Nederlands zo vlug mogelijk te vergeten. Zes jaar lang worden ze geconfronteerd met een taal die  hun alleen maar stress bezorgt en die een weinig prettig souvenir nalaat. Ik heb het hier niet over de immersie-scholen want die zijn de uitzondering op de regel.

Nee mevrouw,  Nederlands moet een optie/option worden. Evengoed kan je Grieks en Latijn verplichte leerstof maken maar gelukkig kan je daar voor kiezen. Laat ons dat zelfde doen met het Nederlands. Schaffen we het Nederlands volledig af? Nee maar we geven de cursus Nederlands wel op een andere manier: dynamisch en hors concours.

U kan niet inschatten hoe opgelucht uw directeurs, pouvoirs organisateurs, leraren, ouders en leerlingen zouden zijn als Nederlands een optional wordt. Niet langer meer moeten zoeken naar leraars Nederlands  wegens pénurie, gemotiveerde leerlingen, kleine klassen en gedaan met het boeken van extra lessen Nederlands bij obscure taalinstituten en privé-leraars.

Hoe Vlaanderen zal reageren als u de verplichting opheft? Het zal mogelijks enig ophef veroorzaken. Tot en met nu is het verplichten van het Nederlands een soort hoffelijkheidsakkoord. Dat vraagt  om middelen, om evaluatie en een enthousiast deelnemersveld. U moet dringend eens de resultaten opvragen van de taaltesten die na het tweede jaar overal afgenomen worden, de CE1D langues moderne. Wat het Nederlands betreft zijn die catastrofaal .

Abstractie gemaakt van het nut van die test  worden de resultaten er van , die bindend zijn voor het slagen in het vak Nederlands,  tijdens de deliberaties compleet genegeerd.  De directies en leraars maken de leerlingen eerst bang voor die proef om ze daarna genade te verlenen. Ze volgen gewoon uw directieven, but they couldn’t care less. Nederlands is binnen uw onderwijs een wees, een bastaardje, a motherless child.

Mevrouw ik ben Belg, d’expression Néerlandophone, ik heb alle achting voor uw taal en voor uw pogingen om het onderwijs in goede banen te leiden. Ik kan evenwel niet langer aanzien hoe mijn taal, het Nederlands,  als een soort water boarding (torture par l’eau) toegepast wordt.

Ik besef ook dat de verplichting van het Nederlands deel uitmaakt van de federale taalwetgeving en als dusdanig uw beleidsniveau overstijgt. De afschaffing zou as such ook een wetswijziging vragen. Niets weerhoudt er ons van om de zaak op federaal niveau aan te kaarten. En mij lijkt het dat u daar vragende partij voor zou kunnen zijn. In die zin dat de zaak zelfs met een eenvoudig wetsvoorstel geregeld zou kunnen worden. Als deze open brief in de pers gepubliceerd wordt zal dit bij voorkeur in kranten van beide landsdelen gebeuren.

Met de meeste hoogachting,
Gerrit Six

Advertenties