De koerier van de Tsar

cropped-2-gerrit-six-c2a92011-14-59-551.jpg
27/07/2009
Wij ontmoeten de meester op zijn eigenste website. Hij waarschuwt ons: de web staat in de steigers en is pas geverfd. Het geheel oogt fraai in zwart en wit met hier en daar een rode toets.Hij vraagt om meteen van wal te steken en vooral de boot niet af te houden. Een waagstuk want doorgaans is het moeilijk confidenties stelen waar de waard zelf een hartendief is.

-In uw jeugd dacht u dat u een koningskind was waarop baseerde u zich om dat te denken?

Wel toen ik op de huwelijksdag van Bouwdeijn en Fabiola met een voorhamer op mijn moeders wastobe van jetje gaf liet ze mij begaan. Ik organiseerde een reeks eresaluten aan het vorstenpaar.Het is pas toen ik een rake klap kreeg van mijn vader, die blijkbaar erg op zijn voorhamer gesteld was, dat ik de idee liet varen.
U dacht dat u …
Nee… niet van Bouwdewijn maar wel van het Engelse vorstenhuis: dat had een geste willen doen tegenover de veteranen van de Eerste Wereldoorlog door mij daar te laten opgroeien waar de popies growden. Ik vond toen al dat ik voor iets beters in de wieg gelegd was. Als je in de jaren vijftig, in West-Vlaanderen uit een werkmansbroek geschud werd, kon je er alleen van dromen later Christoffelbestekken te verzamelen, Gianni Versace te aanbidden of in een Mercedes rond te rijden.

-U was zeven en tijdens de vakantie zat u godganse dagen in het café van uw grootmoeder, u was daar dj avant la lettre. Wat moeten we ons daar bij voorstellen?

Dat kwam zo, de babysit was nog niet uitgevonden. Meestal bleef ik alleen achter thuis maar dan wist ik te ontsnappen en het café was om de hoek. Ik bediende de 78-toeren platendraaier en had een verzoekprogramma. ‘Daar bij die Molen’, ‘Aan het Noordzeestrand’, ‘Onder de rode lantarens van de haven’ waren de favorieten en later het Franse chanson met ‘Riquita, jolie fleur de Java’ en ‘Toi, ma petite folie’. Pas op dat waren de schlagers van die dagen. Enige tijd later heb ik Marva en Jimmy Frey gedraaid. En ik ben tot mijn twaalfde een vurige verdediger van de Vlaamse Schlager gebleven.

-Wanneer hebt u uw eerste pakje sigaretten gekocht?

Rond de zelfde tijd, groene Michels, straf spul dat toen 11 frank koste. Toen was roken nog niet slecht voor de gezondheid moet u weten en ik kreeg van mijn oom telkens één frank als ik zijn sigaretten kocht. Het was een vrij lucratieve business. Sigaretten en drank halen voor je superieuren was later een goeie manier om je job te consolideren. Ze waren gewoon te lui om je te ontslaan tenminste als ze rookten en dronken.

-Wat was uw eerste job?
Soirist bij de Nieuwe Gazet in Antwerpen en dat ondanks een grove dt-fout in mijn sollicitatiebrief. Ik heb van die dt-fout mijn handelsmerk gemaakt. Ik ben er niet lang gebleven omdat er op de redactie weinig of niet niet gerookt en gedronken werd. Die Antwerpse pennenlikkers lieten de krant na halfelf onder mijn hoede. Ze trokken naar huis om hun sloffen aan te schieten en moeder de vrouw een pandoering te geven op de keukentafel. Het Vlaams Blok bestond nog niet en dus mocht dat nog. Of ze gingen de wereld te verbeteren in de kroegen. Als soirist vulde ik de gaten in de kranten met stukjes uit oude edities van de Winkler Prins.

-In 1977 interviewt u Johan Anthierens in de Grote Aula in Leuven, was u een fan?

Ik vond het tijd worden om mijn openbaar leven te beginnen, vrouwen te versieren en poen te pakken. Johan Anthierens was op het toppunt van zijn roem en hij was op het ergste voorbereid. In zijn boekentas stak een koekenpan om met de toegeworpen eieren en tomaten een spaanse omelet te bakken. Maar aan het culinaire luik van de avond zijn we nooit toegekomen. Het gesprek liep als een trein en de zonen van Alma Mater gingen aan zijn lippen. Ik heb er mij de volgende jaren in gespecialiseerd om jan en alleman lippendienst te bewijzen.

-Even later duikt u op bij de redactie van Knack, had Anthierens u daar geïntroduceerd?

U bent wellicht te jong in het vak om de Dalton Brothers gekend te hebben. Johan had nog twee broers, Karel en Jef. Dat triumviraat bestierde de hele Vlaamse journalistiek, en toevalig rookten en dronken ze en dus het kon niet stuk. Ik kreeg in september 77 een vakantiehob aangeboden en die is pas in september 1993 geëindigd.

-U was aanvankelijk documentalist.

Wel ik werkte aan het archief maar hoofdredacteur Sus Verleyen en redactiesecretaresse Denise waren kingsize kettingrokers. Nou ik kon de bestellingen nauwelijks bijbenen: sigaretten, cognac en whisky, de boodschappenlijstjes van de vaste en de losse redacteurs en zo gemiddeld twintig zakken cement en een hijskraan per week voor Johan Struye, die constant zijn huis aan het verbouwen was. Ik leek wel de koerier van de Tsar.

-En toch vond u nog tijd om mee te doen aan ‘Moeders Mooiste’ op de BRT en te gaan moonlighten bij omroep Brabant.

Johan, die in de jury van die talentenwedstrijd voor presentatoren zat, had mij getipt. Ik heb wel een hele dag met 486 presentatoren, die stuk voor stuk wereldberoemd waren in hun dorp, in het Amerikaans Theater moeten doorbrengen. Als prefiguratie van het vagevuur kon dat wel tellen. Het leverde mij toch maar mooi een finaleplaats op. In de finale heb ik mij evenwel iets te sterk gecontreerd op de catering van de jury, man man konden die een stukje drinken, zodat ik de overwinning aan mij voorbij zag gaan. Guido Depraetere heeft het gehaald. Nog een geluk want anders had ik de commerciële televisie nog moeten uitvinden. U vermeldt niet onterecht mijn medewerking bij Omroep Brabant. Er was bij de toenmalige BRT een algemeen drankverbod op de werkvloer uitgevaardigd en een begin van een rookverbod. Maar gelukkig waren geen van beide waterdicht. Ik heb daar vooral als verbindingsofficier gefunctioneerd, tussen het omroepgebouw en de Delhaize aan de overkant van het Flageyplein. Als afleidingsmanoeuver voor de suppoosten gebruikte ik de toen nog onopvallende Betty Mellaerts, die ik constant zwanger maakte door de flessen onder haar jurk te verstoppen.

-Medio de jaren tachtig was u eventjes een BV want u zat geruime tijd in het panel van ‘Namen Noemen’. Was het toevallig dat u daar weer eens naast Johan Anthierens figureerde?

Mijn fulgurante verschijning in dat programma was in de eerste instantie aan mijn flitsende jasje van Thierry Mugler te danken en ook aan Paul Arias, zoals u weet de peetvader van de theaterkritiek op radio. Die deelde zijn kantoor met Jessy Decaluwé. Jessy zat in het concurrerende vrouwenpanel van ‘Namen Noemen’. Hij briefde mij iedere week haar vragen door. Dus was het vooral een oefening in naturel om Jessy meteen met het juiste antwoord te pareren.

-Vanaf de jaren negentig begint uw Italiaanse perdiode, u bent niet meer uit dat land weg te slaan.
In 1990 woonde ik in Milaan en door toedoen van de mundiale was er over de hele stad een drooglegging afgekondigd: tijdens de matchen mocht geen alcohol verkocht worden. U begrijpt dat dit voor mij een buitenkans was. Ik heb daar op de parking van Inter Milan fortuin gemaakt met een handel in vodkagranita,whisky-ijslollies en biersorbet.

-U komt terug naar België en u verlaat Knack, u wordt freelance. Van waar deze ommekeer?

Bij mijn terugkeer werd er bij Knack een grote restyling doorgevoerd, roken en drinken werden aan banden gelegd, redacteurs mochten niet langer boodschappen doen tijdens de nuttige werkuren en vooral… de bouwwerken ten huize Struye hadden hun beslag gekregen. Ik moest nieuwe horizonten opzoeken. Bovendien waren de Anthierens brothers mij voorgegaan…

-U wordt hoofredacteur van een huis-aan-huismagazine in Gent, of all places.

Pas op wij hebben met FY-magazine geschiedenis geschreven. Uitgever Bob Vinois die eerst een boutique had en dacht dat de uitgeverij de nieuwste vetpot was had mij carte blanche gegeven. Meteen was ik van mijn koerierschap af. Ik moest niet langer zelf de sixpacks en de sloffen aansleuren. Vinois had overigens een uitstekende wijnkelder en dus kon ik tijdens de redactievergaderingen ten huize Vinois beurtelings Max Borka, Veerle Windels, Hans Vandeweeghe, Filip Claus of een ander corryfee naar de kelder sturen. Dus laat die of all places maar. Ik was hoofdredacteur.

-U wordt daarna coördinator bij De Morgen, toen niet meteen een groot wijnhuis.

U moet dat in zijn context zien. De Morgen dreigde midden de jaren negentig zijn appellation contrôlée te verliezen. Ik hoor het Walter De Bock nog zeggen: “kom de bellen maar eens in de vaten blazen”. Heb ik ook gedaan tot Yves Desmet de leiding van De Bock overnam en De Morgen ging positioneren als laat ik maar zeggen een wereldwijntje. Met het statiegeld van onze lege flessen heeft Ief the Chief een voorraad Max Havelaarkoffie ingekocht, waar ze nog niet doorheen zijn.

-U had de reputatie om uw medewerkers tot ver over de deadline te begeleiden?

De redactie huisde toen in een Brusselse achterbuurt vlakbij het Zuidstation en ‘s avonds was het daar schrale Hans in de kast dus mijn medewerkers stuurde ik naar de nachtwinkel in het centrum om voorraad te bunkeren en nog wat repen Dafalgan en Glenbuterol te bemachtingen voor de jongens en de meisjes van de lay out. Ondertussen schreef ik zelf hun stukken.

-U wordt weggekocht door de Financieel Economische Tijd die dringend een theaterrecensent nodig had. Was u specialist ter zake?

Geenszins. Ik krijg telefoon van hun cultuurcoördinator die mij looft terwille van mijn theaterstukken in Knack. Who am I to blow against the wind: ik had nog nooit een recensie geschreven, ik wist niet eens waar Stanislawsky woonde, laat staan dat ik het verschil kende tussen de grand cru’s van het theater en de gezelschappen die op straatwijn teerden. Maar ik ben er meteen ingevlogen.

-Uw eerste opdracht was een interview met Michel Piccoli, het interview werd gepubliceerd en met lof overladen maar u hebt Piccoli zelf nooit ontmoet!

Ik heb hem wel ontmoet bij de artiestenuitgang in het Théâtre Municipal van Rennes. Mijnheer deed alsof er helemaal geen afspraak was en werd zogezegd dringend verwacht bij het sterfbed van zijn impressario. Ik heb dan maar de koe bij de horens gevat en in een restaurant het fijnproeversmenu besteld samen met een pinot noir van een goed jaar. Het goeie ouwe crisisberaard. In de leesportefeuille vond ik een verslag van Picccoli’s bezoek aan de plaatselijke cinefielenclub en dat stuk heb ik wat gefatsoeneerd, van interpunctie voorzie, alle oui’s in non’s vertaald en in de interviewvorm gezet. Niets zo leuk als iemand allerlei dingen in de mond te leggen. Trouwens grote mond hoor die Piccoli.

-U had het naar u zin bij De Tijd. U hiphopte door Europa voor de avant-premières. U werd dansend op tafel gesignaleerd in Brest, naaktzwemmend in het Hotel Majestic in Cannes of in het gezelschap van Jane Birkin op het festival van Taormina, U had beroemd kunnen worden?

Of berucht , maar dat ben ik al.

-Inderdaad, in een vraaggesprek met Steven Gene van Theater aan Zee vermeldt hij dat u bij de editie 2000 het podium opgeklauterd bent om bloemen in ontvangst te nemen voor iemand die er niet was.

Haal het niet uit zijn context want men vraagt Steven naar de leukste anekdote van die tien jaar. En hij vertelt er niet bij dat ik een kwartier later terug op het podium stond om de bloemen de zaal in te mikken, een speech te geven en drie volle minuten te dansen op ‘The fairgrond’ van Simply Red.

-Oogste uw dansnummer enige bijval?

Nogal, op de parterre zat een batlajon shemales en travestieten. Kunnen we even pauzeren en een flesje opentrekken. Mij lijkt het zo dat de lezer behoorlijk dorst heeft gekregen van dit gesprek…

Volgende week: “Mijn foto in HLN en toch mijn gezin niet uitgemoord”

Advertenties