Tags

, , , ,

Aangepaste beschikbaarheid , prima idee

thZesentwintig duizend vijftigers en zestigers die plots aangepast beschikbaar worden. Wat moeten of mogen we daar onder verstaan. Het zou een grandioos idee kunnen zijn. De regering zegt namelijk niet voor wie of wat die beschikbaar moeten zijn. Voor de arbeidsmarkt,  voor de maatschappij of voor klusjes. Een beetje suspense dus; vooral bij de vakbonden die denken dat die bruggepensioneerden opnieuw het werkveld ingestuurd zullen worden.

Het zou niet eens zo een gek idee zijn om die 26.000 mannen en vrouwen  te vragen wat ze nog willen doen of wat ze zelf zinvol zouden vinden.  Dat mensen 15 jaar voor de overeengekomen pensioenleeftijd niet meer werken is nog te aanvaarden maar dat ze al die tijd in ledigheid zouden doorbrengen is ondenkbaar en zelfs niet eens aangenaam voor hun zelf.  Kijk werken is niet alleen productief zijn maar ook voor velen heel ‘vervullend’.  Wie zijn werk verliest is meteen ook een stuk maatschappelijk leven kwijt. Zoveel goeie morgens, prettige weekends en smaltalk tijdens de lunchpauze valt weg. Je eigenwaarde krijgt een deuk omdat je zonder werk maatschappelijke identiteit verliest. Ga maar na op een receptie of café: wat doe jij voor de kost en dan moeten antwoorden: brugpensioen en de hond uitlaten.  Voor je het weet ben je een paria. Denk vooral niet dat de meerderheid van die vroegverlaters gaat opscheppen over zeeën van tijd, een BVBA in hun achtertuin en de ene citytrip na de andere. Je krijgt eerder burn out van niets doen dan wel van het tegendeel; alleen wordt dat nog niet onderkend: massa’s mensen die door het raam turen en denken: is dat alles….

Moet de overhead  de rol van maatschappelijk werker opnemen om al die mensen aan zinvolle tijdsbesteding te helpen.  Ja en daardoor schept die overheid opnieuw werkgelegenheid.  Daarvoor heb je dus geen Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding nodig maar wel een dienst die Vrijetijdsbemiddeling  en maatschappelijke beschikbaarheid  organiseert. 

Onze maatschappij is ondanks alle sociale voorziening en juist misschien door dat sociale en georganiseerde aanbod eerder onbarmhartig. Wie niet meer mee kan is klaar voor het bejaardentehuis; een instelling of wordt gewoon uitgeleverd aan het ocmw. Op papier zijn we een verzorgingsstaat  maar geen zorgstaat. De zorgsector is een samenspannen van diensten die mensen uit de levende maatschappij isoleren.  Zelfs de thuiszorg is zorgelijk.

Moeten die 26.000 nu allemaal oudjes rondrijden en maaltijden ronddelen. Ze moeten dat niet maar ze mogen wel aangepast beschikbaar zijn om buren die naar een instelling dreigen verkast te worden wel onder hun hoed nemen. En dan hoeven ze helemaal niet meer beschikbaar te zijn voor de recht aan recht toe arbeidsmarkt. En ze mogen daar opleidingen voor volgen,  verworven kennis laten gelden  maar natuurlijk niet alle 26.000.

Nee er komen ook projecten  waarbij sommigen onder hen hun ervaring en kennis ten dienste kunnen stellen.  In het onderwijs komt er meer ouder-participatie en occasioneel mede-leraarschap. Kinderopvang door grootouders  compenseert de tekorten in de kinderopvang. Wijkcomitees krijgen versterking. En vooral al deze dienstverlening met het aura van vrijwilligerswerk wordt verloond met hier en daar wat vrijstelling; belastingsvoordeel  en een premie-stelsel.  Of met behoud van het loon bij ontslag.  Bedrijven die hun weggesaneerd hebben en hun niet terug in dienst willen betalen als onder het brugpensioen hun deel van de koek. Om maar te zeggen dat de sociale zekerheidskas verder gespijsd wordt.

Dat is volgens mij aangepaste beschikbaarheid; die mikt op sociale integratie van een groep die voor een stuk in een maatschappelijk isolement gedreven wordt.  Een groep die groter is dan die 26.000 want daar rekent men partners; kinderen en familie  niet bij.  Waarom moet dit soort initiatieven altijd in Scandinavië uitgeprobeerd worden.  Waarom hebben we een minister van pensioenen en niet een minister van aangepaste beschikbaarheid. .

Advertenties