Anderhalve maand ver in de cursus Nederlands voor volwassenen. Carte blanche gekregen en meteen al een tweede cyclus die in april start. Mijn absolute beginners zetten hun eerste stappen en spreken Nederlands uit de losse pols.It ain’t the meat it is the motion.

Ik werk op de gewrichten; op de beenderen en niet op het vlees en de huid. Ik ga voor beweeglijkheid; coördinatie en soepelheid. Vocabulaire is secundair, structuur krijgt voorrang: vragen en antwoorden, putten uit het collectieve geheugen van de klas.

Uitspraak van tweeklanken, lange en doffe klinkers, lettergrepen splitsten en vandaar naar primaire spelling. Ja want uitspraak en spelling hangen wat dat betreft samen. Een lange klinker wordt kort geschreven op het einde van een woord of lettergreep. En is hij niet lang dan smeekt hij om een gesloten lettergreep. Daar zijn medeklinkers voor. Drinken we koffie, twee effen dus want anders is het Kofi Annan.

Een beetje houvast want beginners lopen in een harnas. Twee klassen verder is er een parallelklas en daar worden ze gevoed met woordenschat en regeltjes; nou die liggen gewoon aan het infuus, voor pampes. Die krijgen doorligwonden .

Die van mij huppelen door de wijde wei die Nederlands heet. Soms lijkt dat Nederlands een ossuarium, een knekelhuis maar plots gaan ze vel over been het zwerk in. Dan vliegeren ze en hou ik het touw stevig vast. Een rukje en hoger, buitelen, duikelen en zweven op de thermiek. Wel een beetje geraamte anders gaat de vlieger niet op. Een gelukkig mens; die als het zo doorgaat nooit meer hoeft te wsrken.

Advertenties