Tags

, ,

images-2

Beste mevrouw Crevits, met uw oproep om het vreemde talen onderwijs anders aan te pakken legt u de vinger op de wonde. Ons taalbeleid op school is achterhaald, gescleroseerd, ingepakt in leerboeken en leerplannen. Het zijn ook niet voor niets ‘vreemde ‘ talen. En om er levende van te maken moet dat talenonderwijs beweeglijk, aantrekkelijk en spontaner gemaakt worden. Ik heb een beetje ervaring als taalleraar van in de kleuterklas tot het avondonderwijs en dat wil ik graag met u delen.

Taalonderwijs in avondscholen kan pas als je zestien bent. Jaren geleden zat ik in het KTA Vilvoorde als leraar Nederlands voor anderstaligen. Er is daar namelijk een hoge instroom van anderstaligen. Pal naast de school was een CVO-avondschool maar onder geen beding kon ik daar hele zwakke leerlingen onder de zestien naartoe sturen. Nochtans liepen daar genoeg jongeren te hoop om een aparte cursus in te leggen. Taalverwerving is veel makkelijker op jonge leeftijd: hoe jonger hoe liever. Laten we daar de lessen uit trekken: vreemde talen moeten al in de basisschool aangeboden worden maar dan wel speels, beweeglijk en buiten de strikt klassikale sfeer. Geen punten, niet een uurtje en zeker niet met hopen te memoriseren woordenschat en grammatica.

Niets is zo bestudeerd; gedocumenteerd en over-georganiseerd als taalonderwijs. De methodiek waarmee volgens het leerplan taal gedoceerd moet worden is het resultaat van een pietepeuterige; zout op de staart van de slak leggende didactiek. Competenties, vaardigheden, doelstellingen hebben het taalonderwijs in een soort sclerose gedreven. Het taalonderwijs is op een martiale leest geschoeid waarbij leerlingen hoofdzakelijk woordenschat en grammaticaregels moeten memoriseren en reproduceren. Ze worden daar puntsgewijs voor beloond. Spontaan taalgebruik, het durven spreken en fouten maken ( waaruit je leert) en inductief ontdekken van grammatica ( de regels uit voorbeeldzinnen afleiden) is er niet bij.

Het taalonderwijs in de humaniora is bij gevolg totaal gescleroseerd. Taallessen van 50 minuten in overvolle klassen hebben geen rendement. Elke klas heeft heel ongelijke leerlingen die beter volgens taalniveau in lesgroepen ondergebracht worden, los van de klas. Wat ontbreekt is het onderkennen van de beweeglijkheid van taal. Het is levende materie die een dynamische methodiek vergt. Methodes als Total Physical Response bieden daar een antwoord op. TRP verloopt uitsluitend in de doeltaal. Taal zou in de eerste twee jaren van de humaniora zo iets als gymnastiek moeten zijn: er lenig in worden en niet al te veel gehinderd door uitleg en theorie. TRP is gebaseerd op de coördinatie van taal en de fysieke beweging . Leraars geven opdrachten aan studenten in de doeltaal en studenten reageren nog zonder aanvankelijk te spreken.

Het luisteren naar en reageren op (met acties) dient twee doelen : Het is een middel om snel de betekenis te leren en een middel om passief de structuur van de taal zelf te doorgronden . Grammatica wordt niet expliciet onderwezen, maar kan worden betrokken uit het taalaanbod . Zeker in de eerste graad zzo’n aanpak op zijn plaats zijn.

Een vreemde taal kan niet los staan van de culturele en socio-culturele context van die taal. Taal moet doorheen het lessenrooster stromen. Het is niet met een schooltrip naar London dat we die context aanbieden. Lessen PAV, geschiedenis, aardrijkskunde en economie moeten occasioneel of punctueel in de vreemde taal gegeven worden. Native speakers ( ouders; ex-pats) moeten uitgenodigd worden en waar de kans zich aanbiedt kan taal een uitbreiding krijgen naar evenementen, themaweken en waarom niet een Happy Friday of een Ciel mon Mardi waarbij de speelplaats een spreektuin wordt. Oké. I Have a dream.

Taal zoals die nu onderwezen wordt, heeft geen aantoonbaar rendement, Behalve dan dat je er punten mee kan verdienen. Stel, je zoon of dochter dreigt de school te verlaten op zijn achttiende zonder diploma door het zitten blijven. Die krijgt een kans om in zes jaar tijd een Selor-kwalificatie te halen voor Engels en/of Frans. Straks stapt die de arbeidsmarkt in met een taal-bul. Als hij zijn rijbewijs kan halen op de schoolbanken waarom dan niet een taal-certificaat? Ook daar moet het secundair onderwijs zijn eindtermen herzien. Wat is de finaliteit voor een leerling die met of zonder diploma niet naar de universiteit gaat en meteen een job wil?

Dus wat we nodig hebben om van vreemde talen ( what’s in a name) levende talen te maken is iets meer dan de opleiding en de examens zwaarder maken.

Nee, taalonderwijs moet uit het keurslijf van het klassikale en het schoolse leren.

Neemt u dat van mij aan. Ik ben momenteel leraar in het volwassenenonderwijs en ik ontmoet ze dagelijks, zij die uit de taalboot gevallen zijn.

Advertenties