Tags

, , ,

Jongeren beheersen hun vreemde talen onvoldoende. Dat we dat van onze minister van onderwijs moeten horen. Waar zijn wij, de talenleraars, mee bezig als onze leerlingen na het secundair onderwijs bij Berlitz moeten aankloppen of in het avondonderwijs alsnog een certificaat proberen te halen?
Wel na een beetje introspectie kom ik er bij uit dat Frans, Engels of Duits onderwezen wordt als een puur puntenvak. Je moet de helft halen en leerlingen die een beetje onderlegd zijn weten hoe die klus te klaren. Maar de taal spreken of in staat zijn om op zelfstandige basis de taal verder te leren beheersen dat is er niet bij. Waarom zou je op achttiende als je de humaniora verlaat (zelfs gesteld dat je geen diploma haalt) niet een Selor-Certificaat voor een vreemde taal in de wacht kunnen slepen? Net zoals je nu al op de schoolbanken je theoretische rijexamen kan doen. Food for thought.
Unknown-2
Ik heb een dozijn jaar ervaring als talenleraar in het Franstalig en Nederlandstalig onderwijs: behalve Nederlands ook Frans en Engels. Het Franstalig onderwijs is wat Nederlands betreft een absolute ramp en voor de andere talen is het al even erg. In het Nederlandstalig onderwijs heb je niet die evidentie dat je moedertaal de norm is en dat alle andere talen ter wereld een soort vertaling zouden zijn. Franstaligen dichten ons een aanleg toe voor vreemde talen alsof dat in ons DNA zit maar veel heeft te maken met het feit dat wij eeuwen lang de taal van de bezetter geleerd hebben en dichter bij huis de gewoonte hebben om films en documentaires ondertiteld en in de originele taal te bekijken. Aan de basis zitten we dus goed. Maar dan gaat zo een jongen of meisje van twaalf naar de humaniora waar taal plots zo iets wordt als aardrijkskunde of fysica: een vak meer waar alleen maar de helft voor gehaald te worden. Die vreemde taal wordt hem aangeboden als een meccano speldoos: woordenschat en grammatica: onderdelen en instructies. Ja er wordt in de eindtermen ook gewichtig en lyrisch gedaan over taalcompetentie : moderne vreemde talen receptief en productief, mondeling en schriftelijk, effectief en interactief gebruiken als communicatiemiddel in relevante situaties.

Maar gesteld dat de leerling voldoende scoort in de toetsen is het nog nauwelijks een akkefietje om ook op het examen de hakken over de sloot te krijgen. Is dat de norm voor een levende materie als taal? Blijkbaar wel. decennia lang is toch het adagium gehuldigd dat een taal leren in essentie woordenschat verwerven was en grammatica studeren. Op die manier is een florissante en vooral lucratieve business op poten gezet van schoolboeken: een kruisbestuiving tussen uitgevers en inspecteurs. Je zou als leraar gek moeten zijn om al dat pasklaar materiaal met hand- en werkboeken en cd’s en printklare toetsen te negeren. Met andere woorden: je eigen materiaal gebruiken en ook nog eens het officiële leerprogramma volgen. O wee dat je dan plots ziek wordt en dat de interimaris die je vervangt zich ook nog eens extra zou moeten inwerken.

Leraren blijven zich verbazen over hoe slecht leerlingen scoren in het talenonderwijs en stellen zichzelf zelden of nooit in vraag. De leerlingen screenen de leraar en de lesmethode op zoek naar de minste weerstand. Het laatste van hun zorgen is of ze die taal ooit zullen kunnen spreken.

Taal zou in de eerste twee jaren van de humaniora zo iets als gymnastiek moeten zijn: er lenig in worden en niet al te veel gehinderd door uitleg en theorie. Over de bok springen is een oefening in inschatten, een aanloop nemen, je afzetten en het er op wagen. Stel dat je gymleraar je eerst een inkijk zou geven in deze verschillende stadia van de sprong en ook nog eens een mini-cursus psycho-motoriek. De kans is groot dat heel veel leerlingen dat liever zouden memoriseren dan de sprong te wagen.

Leraars en leerlingen die een taal leren via total physical response leren taal als gymnastiek. Ze krijgen courant taalaanbod dat altijd in een gespeelde context ingebed zit.

TPR is ontwikkeld door James Asher , een emeritus hoogleraar in de psychologie aan San Jose State University. De methode is gebaseerd op de coördinatie van taal en de fysieke beweging . Leraars geven opdrachten aan studenten in de doeltaal en studenten reageren nog zonder aanvankelijk te spreken.
Het luisteren naar en reageren op ( met acties) dient twee doelen : Het is een middel om snel de betekenis te leren en een middel om passief de structuur van de taal zelf te doorgronden . Grammatica wordt niet expliciet onderwezen , maar kan worden betrokken uit het taalaanbod .

Totale fysieke reactie wordt vaak gebruikt naast andere methoden en technieken . Het is populair bij beginners en jonge leerlingen , maar kan worden gebruikt met de leerlingen van alle niveaus en alle leeftijdsgroepen.
Mijn avondlessen Engels voor absolute beginners zijn een drie uur durend ballet van woorden en zinnen. Het is hoegenaamd niet moeilijk om in een vreemde taal naar iemand toe te stappen: te zeggen wie je bent en hem uit te nodigen om het zelfde te doen. Een leerling die te laat komt hoeft alleen in de doeltaal te zeggen dat het hem spijt dat hij te laat is en mag zo gaan zitten en omdat er een klok in de klas hangt weet elke leerling hoe laat het is als ik hem de klok aanwijs met de vraag “what time is it?’”. Niet dat ik zo gek ben om dat voortduren te doen maar toch wel af en toe.

Ik geef toe dat je dat soort aanschouwelijk onderwijs moeilijk kan uitvoeren in een klas met twintig of meer leerlingen. Een gemiddelde humanioraklas heeft als snel tussen de twintig en de dertig leerlingen en dat is voor elk soort taalonderwijs ondoenbaar. Bovendien zit je in een taalklas met zeer ongelijke leerlingen. De oplossing is om leerlingen met gelijk niveau samen te brengen en dus lang niet te garanderen dat leerlingen van een zelfde klas samen zullen blijven zitten. Maar boven alles: de klassen moeten kleiner. Als taal zo belangrijk is dan moet de minister maar meer leraars aanwerven.

Even belangrijk als TRP is het aanbieden van de culturele en of sociale context van een taal. Dat gaat iets verder dan de obligate schooltrip naar London. Het is niet ondenkbaar dat bepaalde lessen economie, geschiedenis, aardrijkskunde op PAV in het Engels of het Duits gegeven worden, als het thema er zich toe leent. Maar haal ook native speakers naar de klassen (ouders) of waag het er met de klas op om een brief te schrijven naar een celebrity die in de buurt optreedt om hem in de klas uit te nodigen. Niet dat die meteen komt opdagen maar er komt misschien een leuk antwoord.

Laat je leerling de kans om fouten te maken, laat je ze uitdagen om de present, simple past en past perfect van alle onregelmatige engelse werkwoorden te debiteren ( cut cut cut.

Ik overdrijf misschien even maar ik ben bang dat de oproep van Crevits juist voor nog meer ex cathedra en nog hardleerser punten jagen zal zorgen terwijl taal een levende materie is, een middel tot communicatie en geen doel op zich. En ook daar zijn de eindtermen het lyrisch over eens:

Het belang inzien van en interesse hebben voor het leren van vreemde talen en gemotiveerd zijn om de taal ook buiten de klascontext te verwerven. De gebruiksmogelijkheden van vreemde talen waarderen door gevoel te ontwikkelen voor effectieve communicatie en door plezier te beleven aan mondelinge en schriftelijke communicatie.

Plezier beleven aan communicatie , zo staat het er letterlijk. Wat wacht ons om dat te doen?

Advertenties