Op de overloop staan er twee te wachten, krijgen mij in de gaten en gesticuleren in de richting van de klas: dat ik er aan kom. Ik sommeer de kluit op de uitkijk dat ik de klas niet binnenkom zolang de stilte niet ingetreden is. Het wordt ogenblikkelijk stil.
DownloadedFile
Ik ben zo al opzettelijk minuten te laat komen aanzetten, een privilège dat je alleen hanteert als je weet dat je status hebt gemaakt. Dat is zo maar het gaat me een beetje te snel. Nog geen week in touw en alreeds buzt je naam op hun facebookaccounts. Je naam en vooral je toenaam ligt op de lippen, je wordt door wildvreemde leerlingen gefêteerd en giechelende tienermeisjes schurken tegen elkaar aan alsof ze met Patrick Bruel te doen hebben. Voor je er erg in hebt donder je van de sokkel waar de kuit je opgehesen heeft.

Bij mijn binnenkomst galm ik een ‘ goeie namiddag iedereen’ en voor minder dan een close harmony gescandeerde ‘goeie namiddag mijnheer Six’ begin ik er niet aan. Ze mogen gaan zitten.

We steken van wal en omdat het vrijdag is kan de snaar die we de hele week gespannen hebben wat loser. Een Franstalige klas met 27 puberende leerlingen , wiens hormonen door hun genen gieren, iet of wat deftig laten kwelen is geen makkie. Je geeft een hand en je riskeert een schouder uit de kom en navenant gescheurde stembanden wegens oneigenlijk gebruik. Tien minuten later trilt het hele gebouw onder het stampvoetende “vanjeramplamplam, van je mosselman”. Twee strofes ver in de saga van een man die op zee vaart, een vissenvellen portefeuille confectioneert en een mosselbaby adopteert. Gaat er in als zoetekoek, Ils boivent ca comme du petit lait.

U zal me gek verklaren ware het niet dat deze evergreen (alleen overtroffen door Dorus Manders ‘d’r is een gat in mijn emmer’) perfect het gebruik van de vraagwoord-vragen illustreert met name: wat doet die man op zee. Bovendien betreft het de mosselzee waardoor deze song dus ook in de categorie samengestelde woorden (uniek idioomtrekje van het Nederlands) scoort. Maar dat voor het geval er een inspecteur zich zou melden met de vraag onder welke compétence of matière dit volksvermaak met minderjaringen zou vallen.

Of ik het experiment in de parallelle klas over doe weet ik nog niet. Allicht zal 1C6, omdat de tamtam zijn werk doet, meer dan vragende partij zijn. Maar ik zal mijn ja-woord tegen resultaatsverbintenis verpanden. A conditon que….( mijn Frans gaat er weer op vooruit….).

In die klas zit een sympatiek onderdeurtje waar mevrouw de proviseur mij voor gewaarschouwd had. L. zit duidelijk onder de boomgrens van zijn klasgenoten en is zo’n typische overcompenseerder. Ik heb hem zijn toekomstig doopceel gelicht: wordt vast een advocaat die schitterende pleidooien zal houden, een hele grote, sens figuratif, maar de hele klas heeft de zin “L. wordt een hele grote” ietwat gniffelend herhaald. L. zat te glunderen ook toen ik met wat denkbeeldige oude gele gidsen onder de arm naar een al even fictief spreekgestoelte toog. L. kreeg wat hij wou…..aandacht. Je had hem moeten zien: stralend als een kerncentrale.

Wat mag je je in humor allemaal permitteren: het hangt eerder af van wie hem debiteert dan van wat je debiteert. Soms denk ik dat alleen de humor mezelf en L. kan redden.

Het zijn sterke leraarsbenen die de luxe van instant succes kunnen dragen. Dus probeer ik de ultieme roem nog even af te houden. Als we de lente halen doe ik de catwalk (jasje aan, jasje uit, over de schouder en weer aan) over de hele dwarslengte van de speelplaats. En dat dan in beide richtingen maar voorlopig nog een stiff upperlipje.

Advertenties