God had ontdekt dat er van het heelal en een
haast orgastische kracht uitging, vulkanen
spoten hun lava, dat in de orificiën van de
aarde stroomde en later vruchtbare valleien
opleverden.
De maan oefende haar aantrekkingskracht op
de zeeën uit en veroorzakte eb en vloed. Er
was beweging, afstoten en aantrekken, eruptie
en dan rust en dan weer Als hij die kracht in
een wezen kon vergaren. Zo kwam het dat God
de grootste erotomaan ter wereld werd.
Hij ontdekte dat de survival of the fittest nauw
verbonden was met de seksuele selectie, koos
de soort de geschikte partner dan maakte de
soort het meeste kans op nakomelingschap.
Wie zou hij daarvoor uitkiezen
God zat in volle schepping. Hij had al het
decor: de zee, het land, de bergen de dalen
maar hij had nog geen personages, laat staan
een uitgeschreven scenario. Het leek het hem
geen onaardig idee dat de soort die hij schiep
zichzelf in stand zou houden. De planten
konden zichzelf voortplanten, als de schepsels
dat ook konden dan kon hij de boel over een
dag of zeven uit handen geven.
Alleen wie garandeerde dat de eerste schepsels
zich zouden voortplanten. Misschien
nestelden ze zich in een leuk dalletje waar het
het laatste van hun gedachten was om nakomelingschap
te verwekken, dat ongegeneerd
je voorraad plunderde en dan zelf weer begon
te kweken. Voortplanting moest aantrekkelijk
worden.
Hij had hij een soort pneumatisch-hydraulische
stang ontworpen die sterk en buigzaam
was en zuigstampend de curve van de ontvangende
recipiënt en de mogelijk onstuimige
bewegingen kon volgen. Het hydraulischpneumatisch samenspel zorgde ervoor dat
het zaad opgepompt en versast werd zonder
merkwaardige lekkage. Maar al die moeite
voor een vingerhoedje stijfsel moet God
gedacht hebben. What was the fun?
Toen hij het sluitstuk van zijn schepping af
had, en zeker meteen zelf het eerste prototype
had gepast was hij tevreden: het voelde solide
aan, knuffelbaar en gaf hem het onverzadigbare
gevoel te tronen in zijn eigen lust. Dat
was nogal confronterend die lust voor iemand
die geheel en alleen over de kosmos beschikte.
Er waren dagen dat hij zwaar droeg en met
zijn lid geen weg wist: iets moest bestaan dat
hier verlichting in kon brengen.
Hij vaardigde de eerste oerwet uit: alles wat
bestaat, is geschapen en dus goed. Hij was
goed geschapen. De tweede wet luidde: alles
wat geschapen is, is verenigbaar: wat op zich
goed is, is samen misschien nog beter. Dat
opende perspectieven. Later zou hij daar
zwaar op afgerekend worden maar het was te
mooi om niet waar te zijn.
Hij stond daar met een perfect functionerend
transmissiesysteem, een wonder van osmose
en besloot elk van de samenstellende delen
van een passende enveloppe te voorzien. Hij
had de benzinepomp en benzinetank kunnen
uitvinden en meteen de auto als centrum
van de beschaving kunnen lanceren met een
netwerk van benzinestations en garages. Daar
had hij even aan gedacht.
Oh wat moet God zich die dag in zijn werkplaats
verkneukeld hebben. Gebeurt het dat
men iets maakt waarvan men niet helemaal
weet waar het toe dient? Een zeldene keer
maar dan ben je kunstenaar. Hij ontwierp
het mannen- en vrouwmens. De aarde moet
wel even haar adem ingehouden hebben toen
de eerste modellen van de band rolden in
Gods smidse. De koppelingspook zag er even
vervaarlijk als aanlokkelijk uit maar schakelde
perfect in het transmissiebakje, verborgen
onder een alleraardigst pruimpje.
Het moet gezegd, God had met zijn kennis van
ophangingsystemen, carrosserie, wrijvingscoëfficiënt
en koppeling ook autoconstructeur en
met zijn kennis van de fitting van het vrouwelijk
apparaat, ook loodgieter kunnen worden.
En nog wel een hele goeie. Later zouden alleen
de ingenieurs van Citroën even in de buurt
komen als ze de DS ontwierpen: dat gevoel
dat je in de hengsels der liefde rijdt. Laten
wij de schepper overigens dankbaar zijn dat
hij het besturingssysteem uitgerust heeft met
alle snufjes: hydropneumatische ophanging,
servobesturing, ABS en airbags en injectiemotor.
Ja hoor alle autoconstructeurs zijn
schatplichtig aan de schepper.

Advertenties