In het café hadden ze mijn vriend gevraagd wat het nu eigenlijk inhield, dat nieuwe Europa. Nadat de schreeuwende zigeuner met zijn accordeon het zwijgen was opgelegd, had hij uitgelegd dat dit deel van Europa door de loop van de geschiedenis steeds armer was geworden, dat iedereen nu opkeek tegen dat rijke en machtige West-Europa, en dat het vanzelfsprekend was dat ze daar nu ook bij wilden horen.
Maar eerst, zei mijn wijze vriend, moeten jullie door een diep dal van nog meer armoede, om in de volgende tien jaar wellicht op te kunnen klimmen tot de welvaart van het Westen. ‘En bovendien gaan jullie dingen van grote waarde verliezen: vriendschap, het vermogen om van weinig geld te kunnen leven, om dingen die kapotgaan te kunnen repareren, de mogelijkheid om zelf varkens te houden en thuis te slachtenhouden, de vrijheid om zoveel takken te verbranden als je wilt, en nog zo wat.’
‘Wat,’ hadden ze gezegd. ‘Niet meer slachten? Geen takken verbranden?’ Ze keken hem ongelovig aan. Ze wisten toen nog niet dat ze in het café binnenkort ook niet meer zouden mogen roken.

(passus uit Europa van Geert Mak)

DownloadedFile-3

Advertenties