Tags

, , , , ,

Een regering die het onderwijs grondig wil hervormen gaat niet over een nacht ijs. Die besteed dat eerst uit in parlementaire werkgroepen, vraagt advies aan deskundigen, bestudeert bestaande modellen in het buitenland en raadpleegt de spelers in het veld. Ik reken mij bij die laatste categorie en voel mij in deze niet aangesproken.

Nochtans zijn het de leraars die welke hervorming dan ook zullen moeten schragen en toepassen. Van nature zijn we niet geneigd om veel verandering in de praktijk te willen brengen. We worden zo al om het hoofd geslagen met administratie, vakoverschrijdende eindtermen, de eindtermen zelf en nog wat vindingen van een onderwijsministerie dat van zichzelf de mooiste der werelden wil maken.

In wezen en ondanks alle liflafjes ( leerlingenbegeleiding, gelijke onderwijskansen en dergelijke) is het onderwijs nog altijd een negentiende-eeuwse instelling, een totalitair systeem met geboden en verboden, sancties en uitsluiting. Er wordt hoofdzakelijk frontaal lesgegeven maar er bestaat wel een arsenaal aan , laat ik het noemen leerlinggerichte initiatieven.
Veel van dergelijke initiatieven om leerlingen alsnog aan boord te houden sorteren een pervers effect. Het bekende watervalselectie-systeem waarbij leerlingen zich in makkelijker richtingen kunnen laten zakken heeft als primair doel om aan klantenbinding te kunnen doen ( bij ons kan je alle richtingen uit…) en bijkomend maar niet onbelangrijk zorgt het er voor dat leerlingen die niet meer in die ene richting kunnen volgen nog altijd op de school van hun vriendjes kunnen blijven. Dat is pervers in de zin dat dergelijke faciliteit dwars staat op een bewuste keuze die ook kan inhouden dat je naar een andere school moet verkassen.

Ik stel het een beetje scherp want scholen en leraars zijn oprecht bezig met onderwijs en leerlingen binnen een systeem dat te strak geformatteerd is. De zogenaamde eindtermen vormen een lyrisch hoofdstuk in de vele publicaties die voortvloeien uit talrijke decreten .

Natuurlijk moet een regering het onderwijs op een degelijke manier organiseren en daarvoor wettelijke beschikkingen nemen. Dan kunnen politici en de regering daar ook op afgerekend worden. Het woord draagvlak is deze week meerdere malen gevallen. Een draagvlak voor een beslissing kan gezocht worden bij een achterban, bij drukkingsgroepen, bij de organisatoren van het onderwijs, de mensen in het veld ( de leraars) en bij de ouders ( en toevallig of niet zijn dat ook kiezers). NVA vindt duidelijk zijn draagvlak bij de ouders of beweert die te vertegenwoordigen en ook bij het vrij onderwijs.
Weten ouders hoe je het onderwijs moet organiseren. Het antwoord is dat sommige politici zich die vraag niet stellen. Ze kiezen voor wat ze denken dat de ouders graag zullen hebben ( een gecompartimenteerd onderwijssysteem, waarbij hun kinderen uitgedaagd worden ) niet voor wat ze echt willen ( een schoolsysteem waar iedereen zich op zijn ritme kan ontplooien).

Stel dat de eerstejaars in de humaniora een aanbod krijgen bestaande uit latijn, moderne talen, snit en naad, beginselen van de houtbewerking, basisbereidingen in de keuken, auto-elektronica. Enfin dat ze op het einde van dat jaar niet alleen een serieuze mail, een knop aannaaien, sauce Mornay, zwaluwstaarten , servobesturing en debet&credit onder de knie hebben maar ook een staalkaart gekregen hebben van alle mogelijke opleidingen.

Vanaf het tweede jaar mogen ze zelf pakketten samenstellen. Meer wiskunde of Engels dan gaan ze sowieso ook al uren volgen in het derde jaar. Het pure klassen-systeem, het samen uit samen thuis wordt verlaten. Ze vinden mekaar terug in materies en klassen waar stilaan gelijkgezinden, enthousiastelingen en knapperds samen heulen. Dat worden hechte en competitieve nuclei zeker vanaf het derde jaar. Let op ze moeten niet langer bang zijn voor een B-attest waarmee je bepaalde vakken niet langer mag volgen en vanzelf naar een lager echelon gekatapulteerd wordt. Nee ze kiezen waar ze zin in en talent voor hebben en ze promoveren. Maar dat eerste jaar is wel een lappen-vangdeken van jewelste.

Jawel zo’n onderwijssysteem kan alleen als scholen fuseren. In een hoofdzakelijk ASO-school kunnen die zes gammele kookfornuizen niet volstaan. Bovendien gaan leraren meer dan een school moeten aandoen ( maar dan is het ook- helaas of juist niet, gedaan met die leraars latijn met klassen van een of twee man).

Vraag is kunnen leerlingen kiezen of gaan vader en moeder de lat voor hun kinderen hoog of laag blijven leggen, lees beslissen waar ze moeten voor gaan. Lees weten wat ze hun kinderen later willen laten worden en niet wie ze ze later willen laten worden.

Hoor ik Tobback junior zeggen dat de bedrijfswereld vragende partij is voor de upgrade van het beroepsonderwijs dan ben ik bang dat de school nog meer een voorbereiding op de tewerkstelling en niet het leven wordt.

Advertenties