Tags

, ,

images-1
Wat moet het geweest zijn toen dat eerste brood uit de eerste oven kwam. Laat ons wel wezen: er was geen oven, het graan was nauwelijks gemalen, ook geen gist en naar waarheid kwam er een harde koek uit het smeulende vuur. Het duurde nog even voor alles op punt gesteld was. Om brood tot het dagelijks voedsel te maken moesten duizendjarige maatschappelijke evoluties en technische revoluties plaats vinden. Mensen moesten gemeenschappen vormen, die moesten op hun beurt niet al te nomadisch worden. Vervolgens kon er georganiseerde landbouw gebeuren vooraleer er graan kon verbouwd worden. Er moesten maalstenen komen en een know how van kneden, rijzen en bakken verzameld worden. Beschaving was het woord. Beschavingen die in brood konden voorzien waren per definitie hoog ontwikkeld.

Nieuwe ‘producten’ werden ook maar mondjesmaat aanvaard en moesten eerst en vooral hun nut bewijzen. Alle energie die het maken van een brood veronderstelde moest opwegen tegen het nut wat het verschafte. Volkeren uit de oudheid vielen niet voor nieuwlichterij . Brood werd in de werkelijke zin van het woord ‘genuttigd’: het kon lange tijd meegaan, het kon als pasmunt gebruikt worden en het versterkte het gemeenschapsgevoel. Wie in het brood wou delen kon maar beter bij een groep, stam of dorp aansluiten en zich daar nuttig maken. Je eigen broodje bakken was geen optie. Het woord kompaan ( copain) is afgeleid van het latijn Cum panis: iemand waarmee je het brood deelt.
Vanaf het moment dat aan alle voorwaarden voldaan werd was het brood een sterk ‘merk’ en het hoofdbestanddeel van alle maaltijden. In een wereld zonder borden was het de perfecte drager. In het middellandse zeebekken was de pita goed voor een honderdtal benamingen die verder nog eens per dorp konden verschillen maar het ging steeds om een gebakken broodzakje waarin je alles kwijt kon voor een voedzame maaltijd en niet eens een oven nodig. Je kon hem ook rollen, wrappen, stapelen en vooral bewaren. En hij werd ook in Ìndia, Afrika, Armenië, de Balkan….in steden maar ook midden de woestijnen geconfectioneerd.

De Egyptenaren waren 4000 voor Christus al verdienstelijke pitamakers maar het echte brood bakken ontwikkelde zich in 400 voor Christus in Perzië en het huidige Turkije . Ze bakten evenwel nog op open stenen of in potten. Het waren de Romeinen die en het malen grondig verbeterden, de kneedmachine uitvonden en de eerste bovengrondse ovens bouwden. Vervolgens haalden ze de Turkse en Perzische bakkers naar Rome en later konden alle bezette gebieden van de nieuwe high tech mee profiteren. Zelfs aan de ander kant van de muur Van Hadrianus werd een graantje meegepikt. Huurlingen uit Scandinavië kwamen terug met blueprints voor ovens en maalstenen, zuurdesem en natuurlijk monsters van broden.

Het hek was van de dam en misschien is het brood of alvast het graan het begin van de globalisatie vanaf de elfde eeuw. Graan is synoniem voor hongersnood, speculatie, tolheffing, zeeroutes, verdragen en oorlogen. Brood is soms een kwestie van leven of dood en de cultuur van het brood is een betrouwbare graadmeter voor de rijkdom van een land.
Het is geen toeval dat de Griekse demonstranten in hun betogingen behalve om werk en democratie ook om brood schreeuwen.

Advertenties