Tags

, , ,

Zeven dagen

Een schepping in zeven dagen en laat ons wel wezen de zevende dag staat de schepper alleen toe te kijken om te zien hoe goed het allemaal is. Dus zes dagen om de hele kosmos, de stratosfeer en ook nog eens een zwart gat in mekaar te steken en ook nog eens de eerste bewoners nota bene uit stof en as te boetseren. Een beetje overdreven en vooral geen spatje spanning of drama. Het lijkt wel op een diapresentatie van het Davidsfonds. Dan is de oerknal toch wel iets anders. We beginnen met een zwart gat en ergens, ergens zit in al dat zwart een begin van bewustzijn. Doet me denken aan een spotje voor Italiaans bronwater: je ziet het glas en een bubbeltje roept ‘ is hier iemand?’ Laat ons dat het Godsdeeltje noemen, een begin van bewustzijn, de beste leerling in een volledig lege klas. Als we daar onmiddellijk een kant en klare schepper introduceren dan valt het moeilijk uit te leggen hoe die zonder kleerscheuren uit die knal komt. We maken hier geen stripverhaal van een zwartgeblakerde man die midden een interstellaire puinhoop een baguette magique, zijn toverfluit en vervolgens een schepping te voorschijn tovert. Nee het scherm blijft zwart en er is even een begin van een vloek te horen. Dat godsdeeltje wordt bij wijze van spreken uit zijn comfortzone gehaald, er is nog geen tijdsbesef en dat van die zevend dagen mogen we vergeten, dat godsdeeltje heeft onbeperkt tijdskrediet. Elsschot zegt in zijn inleiding tot Kaas: “Men kan proberen een brood te bakken, maar men probeert geen schepping. Men probeert ook niet te baren.
Waar zwangerschap bestaat volgt het baren van zelf, ten gepasten tijde.”

God als hermafrodiet als u wil, zwanger van gedachten. En onder die ‘ten gepasten tijde’ mogen we een zee van tijd vermoeden: miljoenen jaren tikken voor ons godsdeeltje als seconden voorbij. Uit de knal ontwikkelt zich een kosmos en zelfs de meest verstokte evolutionist zal moeten toegeven dat we zonder begin van bewustzijn geen beschaving krijgen al moet het godsdeeltje toekijken hoe cellen en amoebes ontstaan maar het is nog een lange weg tot de ongewervelden. Van geen mens gestoord en omgeven door exploderende stukken kosmos, sterrenregens is er ergens licht aan het andere eind van de kosmische tunnel.

Goed het is zover en de aarde vertoont intelligent leven: vissen, dieren en een begin van iets wat op een mens lijkt. Ons godsdeeltje heeft zich ondertussen eindeloos laten clonen en huist in elk levend wezen: in de hemel en op aarde en op alle plaatsen. Nog altijd hermafrodiet en de clonen zien de kans schoon om een bijdrage te leveren.

Share this:

 Image
Advertenties