DownloadedFile-6

Rik de Saedeleer: ik ontvet mijn ego

Het is halftien als een krasse zestiger in Knokke het Lichttorenplein opdraait en zijn stevige Hollandse damesfiets naast het paviljoen van de toeristische dienst stalt. Precies op tijd voor de afspraak. Rik de Saedeleer heeft ons een interview toegestaan onder het beding dat we geen woord over voetbal zullen spreken. Neen, we zullen het over Knokke hebben, his own private Knokke, want de meester is onderhand al vijftien jaar een inwijkeling.

“Jongen, wat voor voorstellen ik allemaal gekregen heb van de Nederlandse zenders, van de vijf VRT-radios, van kranten en weekbladen. Of ik alstublieft een column wou schrijven tijdens Euro 2000, een optreden in de Kampioenen of bij Nonkel Jef. Mark Uytterhoeven was zelfs bereid een captatiewagen naar Knokke te sturen om mij iedere keer als de thuiskijker te laten opdraven. Ik heb aan iedereen neen gezegd. In het zen-boeddhisme wordt voorgeschreven dat men zijn eigen ego op nul moet zetten. Wel, laten we zeggen dat ik mijn ego aan het ontvetten ben. Ik heb overigens nooit graag voor de camera gestaan, een interview tot daar aan toe, maar het liefste van al zat ik buitenbeeld in mijn commentatorhokje of deed ik mijn werk als realisator. Kijk, ik had een gouden job bij de BRT, ik krijg het woord VRT niet uit mijn bek. Daar had ik een kantoor, maar ik was er hooguit op maandag en dinsdag. Daarna begon het weekend voor mij: de voetbalpresentaties op woensdag, zaterdag of zondag, mijn recuperatie op donderdag en vrijdag. Het is mooi geweest, mij krijg je niet meer voor een microfoon of achter mijn schrijftafel. Ik trek de laatste blaadjes van de kalender en ik wil nog een beetje van het leven genieten”.

Mannensociëteit
Rik de Saedeleer was als Mechelenaar vaste klant in Blankenberge, in de jaren zestig en hij hield aan Knokke een nare herinnering over, namelijk aan de dag dat hij een film wou zien in het Casino: “Ik had namelijk geen das, ik kon er voor tien frank wel een krijgen aan de kassa, maar de zaak was daarmee voor mij voorbij. Mij zouden ze nooit meer zien in Knokke. Never say never – ik wilde uitgerekend een Bond-film met Sean Connery zien. Eind jaren zeventig ontmoette ik een voetbalvriend, de legendarische Henri Dujardin. Dat was een van de talentscouts van Constant Vandenstock toen die nog directeur van de Nationale ploeg was. Dujardin bezwoer me toch maar naar Knokke te komen. Ik mocht tijdens een zomer het appartement van zijn dochter bewonen. Ik zou wel eens staan zien. Dujardin, toch wel een echte volksjongen, had zijn weg via het voetbal gemaakt en was ondertussen ploegbaas geworden bij Openbare Werken in Knokke. Hij hield er na zijn pensionering een heel riante levensstijl op na. Dat was daar een echte mannensociëteit. Er werd voortreffelijk gegeten: garnaalkroketten van het huis, of dan was het weer het seizoen van de maatjes of de langoustines. Die gelagen eindigden ook altijd met een vloot champagne die we via zijn bemiddeling collectief inkochten bij een Franse wijnboer. Sportjournalist Brian Moor van de BBC was een van de vaste leden van dat clubje, dat eerst ook samen ging fietsen. Ooit werd hem gevraagd hoe hij die partijtjes inschatte. Dat fietsen is niks, zei hij, piece of cake. Maar om van bij Dujardin terug naar het hotel te gaan, dat is pas een onderneming!Het was een herenclub en om de vrouwen ook te plezieren, begon ik korte tijd later een eigen vrouwenclub die op geregelde tijdstippen zijn criterium reed. Bij de dames is dat tenminste een comfortabele onderneming. Die stoppen om de vijf kilometer. Mannen fietsen altijd te serieus. De eerste springt weg, de tweede zet de achtervolging in en de derde probeerde de twee voorgaande te overklassen. De meisjes gingen tenminste op geregelde tijdstippen iets drinken. Er was een heel beproefde techniek om aan een gratis traktatie te komen. Zat er in het café een man aan de toog, dan riep een van de vrouwen: Geef die sympathieke mens ook eens iets. Die kon vervolgens alleen maar een tournée générale geven. Je weet dat er na middernacht alleen nog interessante kerels aan de toog blijven hangen. Wel, ik heb gemerkt dat dat in de namiddag precies hetzelfde is. Maar die tijd is voorbij. Nu fiets ik alleen. Knokke is een fietsersparadijs. Hier rij je van Zeebrugge tot in Sluis en in de winter doe je dat traject van geen mens gestoord. Je kent dat liedje van BécaudC’est en septembre. Het leven begint pas in september”.

Mosselseizoen
“Op die manier is Knokke van een favoriete vakantiebestemming ook mijn vaste woonplaats geworden. Ik was voortdurend op reis voor de voetbalverslaggeving. Die uithuizigheid begon mijn vrouw te steken. Knokke was daar de perfecte oplossing voor. Vroeger kreeg ik te horen: ben je alweer weg? Toen we in Knokke kwamen, werd het: ben alweer terug? Pas op, ik leef hier als een echte Knokkenaar, niet in het Zoute, maar gewoon in het centrum op een simpel dakappartement. En we leven een stuk goedkoper dan we in Mechelen leefden. Een keer per week gaan we naar het buitenland, dat wil zeggen naar Sluis, want daar koop je de goedkoopste en de lekkerste vis. Wij gaan zelden naar de winkel, des te meer naar de markt of naar de Aldi. Je kunt hier voortreffelijk eten, zeker in Sluis, maar in Knokke is mijn stamrestaurant Olivier. ‘s Middags heb je daar een lunch, all-in, voor twintig euro. Ik heb hier ook nog gekocht voor de vastgoedprijzen de pan uit begonnen te swingen. Het is zoals overal elders: als je een beetje ingeburgerd raakt, dan vind je wat je zoekt. Dujardin stierf eind de jaren tachtig, 84 jaar oud en een sportman tot zijn laatste adem. Dat was meteen het einde van een tijdperk. De jongste meisjes zijn nu zestig.”

Of hij de burgemeester al eens ontmoet heeft en hoe hij zijn burgervader inschat? Het antwoord is laconiek: “Van je baas spreek je geen kwaad. Ik kom hem wel eens tegen, maar ik hoor niet bij zijn wereld. Het Zoute, dat is iets anders, ik leef onder de echte Knokkenaars. Die moeten werken als de anderen vakantie nemen. Dat maakt dat ze zich na het seizoen tot echte levensgenieters ontpoppen. En daar pas ik perfect bij.”

De Saedeleer laat het niet aan zijn hart komen. Hij is in Knokke en omstreken een graag geziene gast: “Ik zit ieder jaar in de wijnjury bij de opening van het mosselseizoen. Ik ga met de burgemeesters van Zeeland de eerste mosseloogst proeven en daar hoort dus ook een wijntest bij van een twintigtal crus. Sorry, maar ik ben geen professioneel die dat proevertje dan weer uitspuwt. Ik wil ook nog wel eens een match van Knokke bijwonen of naar Brugge trekken voor het voetbal. En af en toe trek ik met mijn dochters naar de echte buitenlanden. Ik bol rustig uit.”

Advertenties