Tags

, , , , ,

Niet zelden probeer ik tijdens de klassenraad, als we van elke leerling het doopceel lichten, te bevroeden wat er vroeger over mij in mijn dossier stond. Ik was geen onderpresteerder, verre van, maar ik nam halfweg mijn humaniora een beslissing die een zware hypotheek zou leggen op mijn verdere schoolcarrière. Ik had de keuze tussen economische of wetenschappelijke B. Meer aanbod had mijn armlastige college niet. En die was snel gemaakt, ik wou niet bij de kneusjes die gingen boekhouden en koos voor een richting die mijn pet en verstandelijke vermogens er onder ver te boven ging.

Het goede nieuws: ik heb er een flink ontwikkeld korte geheugen aan overgehouden. Dat komt van al die stof die moest memoriseren omdat ik er geen jota van begreep. Ik was de Usain Bolt van het korteafstandsgeheugen, als discipline minder nutteloos dan de honderd meter: er zat voortaan een afgetrainde geheugenatleet in mij.
Daar zal u in mijn bestofte leerlingendossier niks over terug vinden, wel wordt naar alle waarschijnlijkheid melding gemaakt van mijn tegelijk verlegen en intimiderende blik. Een leraar die net iets uitgelegd had en in mijn richting keek, schrapte zijn keel, checkte het bord en zijn lesvoorbereiding en zocht naar de fout die hij blijkbaar net begaan had. Naar waarheid fingeerde ik verbijstering en ongeloof alsof ik niet in de les fysica maar en stoemelings in een cursus Mandarijns voor gevorderden terecht gekomen was.

Ik zat op de eerste rij enkel en alleen omdat mijnheer Vanhaverbeke zo’n bedwelmende aftershave gebruikte die na al die jaren nog in mijn olfactief geheugen gestockeerd zit: citroen, muskus en een toets van hout en hibiscus. In die dagen was, wat het dichtste die cocktail benaderde, de Oil of Olaz van mijn moeder en het stuk wilde frisheid FA-zeep voor persoonlijk gebruik. Hoogstwaarschijnlijk Eau Sauvage van Dior maar Vanhaverbeke was dan ook kraakvers en seventies swingend uit de regentenschool gearriveerd.

De enige die nog meer dandyship voer was de leraar Engels maar die reed dan ook in een Alfa Romeo (doe me een lol:niet Romio maar Romeejo). Engels vertoonde als hij de speelplaats over stak de elegantie van een zeiljacht en dat vooral door de behoedzaamheid waarmee hij zijn boekentas aan de zwaartekracht onttrok: door hem op de heuphoogte te houden. De andere hand trok dan zuinig aan een sigaartje dat; zelfs als het nonchalant in zijn mond bengelde, gedistingeerde rooksignalen bleef uitsturen.

Let wel rooksignalen zijn zelden gedistingeerd en naar de letter bedoeld om een noodsituatie te openbaren. Het gros van de rokers puft en blaast alsof hun leven er van af hangt.

De minuten die ik over het lerarenkorps bijhield zijn getruffeerd met details. Hun onhebbelijkheden tics & tricks waren overigens stof voor een door mij geregisseerde eindejaarsshow waarin ze ongevraagd maar meestal verguld de revue passeerden. Vanuit de coulissen zag ik ze achter in de zaal onverholen en verstolen genieten al ging er een enkele keer ging er wel een wenkbrauw de verkeerde frons uit. Sint-Jan Berchmans was voor mij my own private studio Herman Teirlinck.

Niet de Sint-Jan Berchmans in Genk want daar had ik ongetwijfeld ook een c-attest gehaald. Nadat God al eerder uit Jorwerd verdween, heeft hij deze week definitief de plaat gepoetst in Genk. Hij moest plaats maken voor de schipper naast hem, Mieke van Hecke.
Een school die een arrest van de Raad van State opgelegd krijgt.
Unprecedented maar daar heeft Genk ondertussen een patent op. Dat dorp is niet meer uit de actualiteit te branden. Genk is a pyroman’s nightmare: alles is daar al in rook opgegaan. Ja, op een autokerkhof na.
Als god het niet meer weet dan heef Mieke wel een van haar tong te raspen commentaar in petto. Mieke voelde de bui hangen. Jan Berchmans riskeerde postuum nog een fortuin dwangsom te mogen ophoesten en niet eens omdat een volgeling van hem een leerling op zijn kamertje genood had maar voor een slecht rapport. Als we dat zal niet meer mogen dan zijn we wel goed van God los, zo mag ik Mieke resumeren.

Advertenties