Tags

, ,

Frans Verleyen, aka Sus was tegelijk een hoofdredacteur uit de duizend en evengoed een ‘slecht’ mens. Daar vat ik abrupt veel mee samen. Ooit zei iemand ‘Knack is geen tijdschrift, Knack is een project’. Knack en Verleyen hadden een missie: de ontvoogding van de Vlaamse lezer. Voor een jongen die doordesemd was van de ontluikende jaren zestig en wat die allemaal in petto hadden (sex, slechte whisky en Frans chanson) vielen er veel taboes te slechten èn in zijn persoonlijke leven èn in het blad. Waar haalde hij de mosterd om de mayonaise die Knack was te draaien. Wel in volle verzuiling en onder het juk van een toch wel CVP-staat was er maar een manier: het systeem van binnen uit bestrijden. Verleyen voerde zijn eigen fluwelen guerrilla, organiseerde een journalistiek coup d’ état en installeerde in zijn eentje de Vierde Macht.

Wij van de redactie zagen iets meer dan de erudiete vogelaar en briljante editor die het lezerspubliek kende via zijn Woord Vooraf. Sus ijsbeerde doorheen zijn aquarium om zijn nieuwste woord vooraf te dicteren en placht dan zogezegd een sanitaire pauze in te lassen. In de bar van het IPC, gonsde het altijd wel van de geruchten en schurkten Guy Verhofstadt en Patrick Dewael zich tegen elke journalistieke praatpaal en Sus in het biezonder aan. Niet dat de journalistieke wegenwachters onmiddellijk de pech kwamen herstellen maar Verleyen bleek later toch wel een prima takeldienst te bemannen.
Twee uur later hees hij zich neuriënd van de bar op het gelijkvloers terug naar boven (“On monte nos femmes au ciel dans nos ascenseurs de pyjama”) en hernam de laatste zin waar hij hem gelaten had. Denise gaf geen krimp, zette nog twee steken op haar breinaald en merkte droog op dat de koerier uit Roeselare ook een gezinsleven had. Sus zat op dinsdag de redactievergadering voor, lunchte met ons bij de Joegoslaaf en verdween voor de rest van de week uit het zicht of het moest zijn dat hij plotsklaps uit de deur bengelde en je voor een colloque singulier uitnodigde en dat kon of een promotie of je ontslag zijn.

Hij had daar wat losgeslagen talenten en ego’s bij mekaar geparkeerd die hij evengoed omhelsde als de duvel aandeed maar geen enkele regeringsleider heeft ooit dergelijk kabinet van conservatieven en progressieven, rechts en links, serieus en frivool op de been gebracht. Het was niet Wetteren maar Knack waar de letteren knetterden. Verleyen zorgde dat het stelletje ongeregeld wel af en toe in mekaars armen viel. Jaarlijks werd onder het mom van een redactie-colloquium een door Roeselare gesponsord gelag georganiseerd in de Ardennen. Bij die gelegenheden gaf hij je vooral het gevoel dat redacteurschap een voorrecht was: het privilège om te behoren tot de meest belezen Kindergarten van het universum.

De man die van alle nieuwsmarkten thuis was, de pedigree kende van elk vogeltje dat aan het raam tikte en de groten frequenteerde gaf toe niks te begrijpen van de tienerwereld waar zijn dochter in vertoefde maar wel met de retorische vraag en dus in die discipline geen antwoord verwachtend of zoekend. Privé vingen wij glimpen op van de opeenvolgende eega’s maar waren verder aangewezen op de ontcijfering van zijn sleutelroman ‘Het beleg van Brussel’ , de Da Vinci Code avant la lettre . Er circuleerde op de redactie een kattenbel  ter ontsleuteling.

Verwondering en emotie konden hem niet ontzegd worden maar hij hanteerde even graag de bijl om knopen door te hakken en het redactiebos door de bomen van redacteurs te zien. Het ontslag van bloedsbroeder Johan Struye heeft destijds een bres geslagen en het vertrouwen ter redactie wrikbaar gemaakt.

Over Verleyen die zijn reputatie van kruimeldief (dixit een van zijn oud-lieven) ongetwijfeld in het Hiernamaals verder zet moet ik u niets vertellen (outre tombe sigaretten bietsen en in God’s cocktailbar altijd de laatste om een rondje te geven)  behalve dan dat hij, toen der tijd allesbehalve met Schubert uitpakte, bij wie hij nochtans de muziek voor zijn uitvaart besteld heeft. Sus was een pur sang nostalgicus die verslingerd was aan het vooral Franse chanson en om het even welke barpiano in een orge de barbarie omtoverde, zichzelf wegcijferend in een walm van Belga’s en Glenlivet Single Malt Scotch Whisky. Een crooner met een repertoire van iconoclastische Brassens tot meelijwekkende Cara Vaucaire en protserige Patty Pravo. Enfin toch tot voor hij zijn goeroe Gerard Bodifee ( what’ in a name) ontmoette. Het hoeft dus niet gezegd dat wij tijdens zijn uitvaart, daar in die abdijkerk, onze billen hebben moeten knijpen alwaar hij zich als een klassieke componistenpoeper toonde.

Al bij al heeft hij geschiedenis geschreven en op zijn singuliere manier en menig keer de juiste politicus op de juiste plaats ontmoet. Ik was in dit alles maar een petit rapporteur naast een grote meneer. Verleyen was Knack, elk goed tijdschrift is een meneer  ( met dank aan Hubert BeuveMéry).

Advertenties