Tags

, , , ,

 

 

Hoe onwaarschijnlijk het nu ook klinkt was het bij Knack tot midden de jaren tachtig de gewoonte om elke redactievergadering te openen met op zijn minst een fles Chivas Regal of Glenfiddich. Die deed de ronde et faissait jaillir les idées. Ik herinner er u aan dat redacties tot voor de grote drooglegging op koffie, sigaretten en alcohol teerden. Het consumeren van deze substanties droeg in niet onaanzienlijke mate bij tot je integratie en consecratie ter redactie.

 

Zo’n redactievergadering verliep in fases. Verleyen nam meestal het voortouw met een overzicht van het laatste nieuws uit het moederhuis in Roeselare, bevindingen uit de ornithologie en vragen die de precieze locatie van de boomgrens of het bestaan van een subtropisch microklimaat in het zuiden des lands betroffen.Daarna mocht iedereen zijn briketten lossen, lees voorstellen doen. Tegenwoordig heet dat je ideeën in de groep gooien. Dat laatste veronderstelde toch enige behoedzaamheid edoch ook enthousiasme om je voorstel niet door de mangel van sluiswachter Johan Struye gehaald te worden. Deze laatste kon met één droog woord je voorstel helemaal onderuit halen.

Van hem is de uitspraak: “Als je een Japanse kerselaar notities ziet nemen dan kan je d’r van op aan dat het Frank de Moor is.  Tussen beide heren schitterde een cultuurkloof van belang. Old school versus New Journalism en vooral opinie vs. investigative . Landjonker Struye was de eruditie in persoon en leek zo uit een catalogus van Old Engeland gestapt, drie pantalons bij elke jas tegen het afdragen.

De Moor was daarentegen een kloon van Woodward&Berstein en verscheen of in hemdsmouwen of in battle dress.

 

Die heerlijke divergenties maakten ook de charme uit van het grootste zooitje ongeregeld ooit uit de Vlaamse journalistiek. Dat liep mekaar voor de voeten,  haalde mekaar onderuit en smeedde coalities. De Moor vertelde aan de kersverse weekend-hoofdredactrice Tessa Vermeiren dat er ter redactie een sterke en een zwakke groep was. De sterken gingen volgens Frank na de formele redactievergadering lunchen bij de Joegoslaaf aan de achterdeur van de redactie. Daar werd inderdaad een verlengstuk gebreid, rijkelijk overgoten met slivovitsj. Dat was de fine tuning.

 

In al die jaren zijn er natuurlijk een paar crisissen geweest vooral naar het einde van de jaren tachtig toe. In 1989 had Jean-Pierre van Rossem ongeveer de hele redactie laten inzetten op zijn moneytron, welke bedragen weet ik niet maar de bonussen werden uitgekeerd en als dat uitlekte zou de keet te klein zijn. Voortaan moest iedereen zijn beurstransacties onder gesloten omslag ter hoofdredactie deponeren. Case closed.

 

Veel ingrijpender en tekenend voor het einde van een tijdperk was het vertrek van Johan Struye. Zijn moonlighting voor De Zwijger was al bezwarend en even later meende Verleyen Struye te kunnen ontmaskeren al seen comploteur premier classe die een nieuw weekblad uit de grond wou stampen. Struye verliet de redactie werd procuratiehouder bij het Gemeentekrediet maar ging aan en op de fles. Jaren was hij nog alleen een trotse schim van zichzelf en stierf een gewisse dood.

 

Wat volgde was een stoelendans, de omgekeerde chaise musicale: er werden geen stoelen weggehaald maar juist bijgezet om alle door jaloezie gekneusde ego’s te plaatsen. Het einde van een tijdperk, Knack werd een blad zoals alle andere en één voor één verdwenen kopstukken. Le temps efface le temps déjà

Et de nous qui se souviendra ?

Advertenties