Tags

, , , , ,

De redactie van Knack verhuisde begin de jaren tachtig terug naar zijn historische stek op de Tervurenlaan waar in 1971 alles begonnen was. We betrokken daar een ruim maison de maître met zicht op de Montgomeryrotonde. Ik dreef nog altijd een faits divers rubriek die ik constant probeerde te veredelen. Feiten en mensen vond ik als titel wat voorbijgestreefd en zoals dat ging in die dagen belde ik met coördinator in Roeselare om te melden dat mijn bijdrage voortaan “Verzameld Werk” zou heten. Protserig, maar die HP-achtige titel moest de lading dekken.


Verzameld Werk kreeg ook rubrieken: Cosi fan tutti & Bleujeveux. Er werd in de kroniek beschaafd geroddeld, vooral over collega’s en BRT coryfeeën die met mekaars jasje in het nieuwsjournaal opdraafden. Wie zijn kop boven het raaigras stak kon rekenen op een gratis knipbeurt. Maar ook gewone luiden kregen een forum. In 1987 schilderde ene Sven bovenop de Euroshopping in Mechelen in levensgrote letters ” Tot morgen Brigitte”, en dat tot groot genoegen, vertedering en verliefdheid van de gelijknamige Brigitte die haar naam voor altijd vereeuwigd dacht te zien. De passage van Brigitte die in Verzameld Werk het hele relaas van de lovestory kwijt kon bewees dat je in die dagen onaangemeld in de Knack kon staan met je hele hebben en houden (van). Stukjes uit de rubriek konden de wereld rondreizen en waren vaste prik was op de advalvassen van andere redacties en kantoren. Power & Flower to the people. Op de redactie waren de reacties gemend, Verleyen waarschuwde mij voor de sterrenstatus die op me afkwam.

Verzameld werk leverde in 1985 inderdaad toegang tot de eerste lichting van het BV-schap, toen Chris Cockmartin me belde om in Namen Noemen op te draven. Mijn fulgurante verschijning in dat programma was in de eerste instantie aan mijn flitsende jasje van Thierry Mugler te danken en ook aan Paul Arias, zoals u weet de peetvader van de theaterkritiek op radio. Die deelde zijn kantoor met Jessy Decaluwé. Jessy zat in het concurrerende vrouwenpanel van ‘Namen Noemen’. Hij briefde mij iedere week haar vragen door. Dus was het vooral een oefening in naturel om Jessy meteen met het juiste antwoord te pareren. De waarheid gebied mij te zeggen dat mijn openbaar leven op het scherm iets vroeger en minder succesfull begonnen was. Johan Anthierens zetelde in 1981 in de jury van Moeders Mooiste, een talentenwedstrijd voor presentatoren, en had mij getipt. Ik heb tijdens de pre-selectie wel een hele dag met 486 presentatoren, die stuk voor stuk wereldberoemd waren in hun dorp, in het Amerikaans Theater moeten doorbrengen. Als prefiguratie van het vagevuur kon dat wel tellen. Het leverde mij een finaleplaats op. Guido Depraetere won Moeders Mooiste, al bij al een geluk want anders had ik de commerciële televisie nog moeten uitvinden.

Bij ‘Namen Noemen’ heb ik volop van de BV-status kunnen genieten. Zeker die ene keer toen ik met een geleende Renault Alpine naar Roeselare scheurde en mijn bolide voor de deur van uitgeverij Lannoo stalde. Lannoo huisde in een volkse straat en bij het verlaten van mijn alpine vielen alle sponsen van de ramen zemende meisjes unisono in hun emmertjes. Je werd als nieuwbakken BV ook uitgenodigd voor feestjes, parties en de eerste stalkster liet ook niet op zich wachten. Ik schaam mij nog altijd voor het aanstellerige en zo goed als arrogante gedrag uit die dagen want de roem hoe kortstondig ook was me naar het hoofd gestegen.

Ondertussen was mijn redactionele productie wel op peil. Ik schreef over architectuur en theater en verzameld werk werd een echte kroniek waarin ik de lezer vrolijk egotrippend onderhield. Bleujeveux was een deelrubriek waarin alleen foto’s van blauw gepubliceerd werden. Amateurfotografen trokken op pad om uit het zijraam hangend de autostradeverlichting te fotograferen als die in fase aangestoken werden: dat leverde, gerekend dat men niet te snel reed beelden op van puur oranje tegen een blauwe lucht vooraleer de lampen op een egaal geel overschakelden maar meestal was het huis&tuinvlijt van trouwe correspondenten.

Ik kon quasi briljant zijn maar vaak liep ik mezelf voor de voeten in de kroniek. Toen ik in 1990 mijn nieuwe gezin naar Milaan verkaste heb ik iets te vaak mijn bestaan geromantiseerd. En bij mijn terugkeer uit Italië ^probeerde ik alsnog de rubriek een hele andere wending te geven. In “De Binnenlanden” werd een reeks van wilde reportages in het zuiden des lands. In plaats van nog langer faits divers te sprokkelen zou ik er één uitpikken en uitspitten.

Advertenties