Tags

, , ,

God arriveerde met flink wat vertraging. Ik zat in volle chat met een oud vrouwtje dat alzmijmerde. Ze vroeg of koevoet beter was dan bouilli. Ze had dat van ene Karel Weri, die op radio 2 een kookrubriek voer. Johan, keek over mijn schouder en vroeg of ik er me weer met een Jantje-van-Leiden zou van afmaken. “De kroniek is toevallig mijn ding, dat is geen inleiding man, kom…”


“Alzmijmerde, goed gevonden Six en dat van dat vrouwtje ook maar als je God op bezoek krijgt, die godbetert konijn met pruimen komt klaarmaken, dan mag je dat iet of wat in de verf zetten… Nee niet het konijn, alleen Pakistani zetten, jandorie, konijnen in de verf. Die God van jou arriveert niet zomaar laat!

”

Tandoori probeer ik nog even, maar krijg een sneer: dat de lezer gek genoeg is om bij jandorie te weten dat het om Tandoori gaat, de marinade waardoor je potbeest een roestwerende onder- en bovenlaag meekrijgt. De Pakistaanse kookketels zijn ook niet meer wat ze geweest waren. Dus.

“God is jouw vriend, dus is het entree allesbehalve snel af te handelen. Die komt met veel bombarie op je terras neerstrijken, met des Kerstmans slee: een oldsmobile die hij met amechtig schakelen tussen twee rododendrons stalt. Rododendrons doen het altijd goed in een column, ze klinken exotischer dan ze er uitzien. Enfin, uit de koffer komt een antiek kookfornuis te voorschijn, dat hij door de schuifdeuren van je terras pleurt. Hij informeert hoe het gesteld is met je kolenvoorraad: “cokes in stock of zal ik misschien je Winkler Prins Encyclopedie opstoken?”. Hij verdwijnt vervolgens in de keuken en slaat daar zijn tabernakel op. Het duurt niet lang of het konijn begint tegen de pot te pruttelen en zal ten gepasten tijde om asiel vragen aan een voorbijfietsend dienblad. Kijk hier kan ik al een eind mee weg.

“De openingsset van de column is nu ongeveer af. Six, het is tijd dat jij een flesje opentrekt, wat maakt niet uit maar het moet een lekkere naam hebben. Doe mij maar een rooie uit Friule een Ribolla Zorzettig. Goed, nog voor de kurk er uit is moet er iets gebeuren, de geest uit de fles. We zitten in volle scheppingsverhaal. De schepper hebben we in de keuken geposteerd maar, mijn zoon, we zijn een drievuldigheid. Ik cast mijzelf nu in de rol van de Heilige Geest, de lezer heeft onmiddellijk door dat ik mij met mijn vurige tongen aan de familie Zorzettig zal presenteren.
De lezer is nu klaar voor het Struye-moment. Pas op, wie nu jonger is dan veertig heeft er geen benul van dat landjonker Struye de eruditie in persoon is. Met een blik op de fles legt die straks uit dat dit soort wijn in de vijftiende eeuw zowel in de kelders van het Kremlin als het Vaticaan en aan de basis van de honderdjarige oorlog lag. 
Die landt met zijn fiets op jouw terras. Hij monstert de slee van God, haalt de fietspelden van zijn pin-striped pantalon, spiegelt zichzelf in de achteruitkijkspiegel en gaat met de hand door zijn doorwaaide haarbles. Eens een heer altijd een heer, lijkt zo uit een catalogus van Old Engeland gestapt, drie pantalons bij elke jas tegen het afdragen.
Hij blijft bij de Oldsmobile staan en opent het portier. Een vrouw fatsoeneert haar pied de poule, vervolgens haar permanent wave en schikt haar handtas. Allesbehalve Fabiola, niet de rots van Motril maar de steun en toeverlaat van elke Knack-redacteur: Denise. God heeft haar een lift aangeboden, ter hoogte van spoor negen in het station van Gent Sint Pieter.
God is haar vergeten, teveel sores met dat keukenfornuis en het kinderslot van de slee van de Kerstman staat op. Je kent Denise, die denkt gewoon dat het een tussenstop betreft en wacht al anderhalf uur en een halve slof Belga filter, verduldig tot de schepper terug opdaagt.
En Denise kan wachten. Sus ijsbeerde doorheen zijn aquarium om zijn nieuwste woord vooraf te dicteren en placht dan zogezegd een sanitaire pauze in te lassen. Twee uur later hees hij zich neuriënd van de bar op het gelijkvloers terug naar boven (“On monte nos femmes au ciel dans nos ascenseurs de pyjama”) en hernam de laatste zin waar hij hem gelaten had. Denise gaf geen krimp, zette nog twee steken op haar breinaald en merkte droog op dat de koerier uit Roeselare ook een gezinsleven had.
We gaan nu kort door de bocht want ik wil nog wat chatten, net een Kosovaarse familie aan de lijn die zich door het equivalent van mijn moeders Koreavoorraad aan het vreten is.
Het weerzien is uiteraard hartelijk, het konijn best te pruimen en die God in de keuken blijkt onze eigenste Verleyen te zijn: prima koksmaatje, superbe crooner en een bevlogen speecher: gewoon goddelijk terwijl hij uiteindelijk de sympathiekste kruimeldief van het hiernamaals is. Ook outre tombe sigaretten bietsen en in God’s cocktailbar altijd de laatste om een rondje te geven. God moet hem wel heel graag zien. Zo Six, hier laat ik je los, van hier af moet je gaan, met vallen en opstaan… en tot niet te gauw. De groeten aan Raf, aan Hughes, Armand et les autres en vele kussen voor Giovanna”.

Hij kijkt nog een laatste keer om in de open tuindeur en huppelt en fredonant ‘Le Temps de Cerises’ de melkweg af. Sterrenstof stuift op, vleugelpiano’s riedelen hem na en het heelal houdt even zijn adem in. Weg.

Advertenties