Tags

, , , ,

aflevering 2 gemist: hier

Voor ik u de glorieuze move in mijn carrière als Special Productions & Promotions Assistent Manager bij Knack uitleg wil ik iets kwijt over de sfeer en geplogendheden ter redactie, toentertijd, de jaren zeventig.

Laat ik stellen dat The Office er niet kon aan nippen. Mij verplaatsend in de redactieruimte, anno eind jaren zeventig, zie ik het aquarium van Sus en secretaresse Denise met daarvoor de desk van Karel. Naast Sus zijn stek was een technisch kamertje waar een prototype van een faxmachine stond. Ik bediende de machine (een fax klinkt iets te elegant voor het kreng) met behulp van een koffielepeltje. Daarmee gaf ik de te versturen pagina’s namelijk een zetje: die wilden er nooit in, wat pleit voor de machine want er werd behoorlijke high brow verstuurd.

U weet dat ik alom inzetbaar was: loopjongen, sigarettendealer, koffieboy, drankslijter en inktkoelie, maar dat was nu eenmaal mijn handelsfonds: koerier van de Tsar. Over Verleyen die zijn reputatie van kruimeldief (dixit een van zijn oud-lieven) onverstoorbaar in het Hiernamaals verder zet moet ik u niets meer vertellen behalve dan dat hij, toen der tijd allesbehalve met Schubert uitpakte, bij wie hij nochtans de muziek voor zijn uitvaart besteld heeft. Sus was een pur sang nostalgicus die verslingerd was aan het vooral Franse chanson en om het even welke barpiano in een orge de barbarie omtoverde, zichzelf wegcijferend in een walm van Belga’s en Glenlivet Single Malt Scotch Whisky. Een crooner met een repertoire van iconoclastische Brassens tot meelijwekkende Cara Vaucaire en protserige Patty Pravo. Enfin toch tot voor hij zijn goeroe Gerard Bodifee ( what’ in a name) ontmoette. Het hoeft dus niet gezegd dat wij tijdens zijn uitvaart, daar in die abdijkerk, onze billen hebben moeten knijpen alwaar hij zich als een klassiek componistenpoeper toonde.

Verleyen kon op weerwerk rekenen, niet dat we hem zijn kop boven het maaiveld niet gunden ( “Weet iemand waar de boomgrens begint?”) maar de feitelijke baas van de redactie was Denise Braeckman. Zij had de knip op de redactieportemonnee, het monopolie op het gezond verstand midden de bende losgeslagen ego’s en was tot de komst van Rosanne Germonprez de enige vrouw op de redactie. Wat misogynie betreft had alleen de Wiener Symfoniker een nog hardleerser reputatie. De komst van Rosanne,midden jaren zeventig en zedig in broekpak was een absolute revolutie die pas plaats kon vinden na een grondig lichten van het doopceel in Roeselare.

Roeselare, het woord is gevallen, was het meest zedige en tegelijk hilarische woord dat je op de redactie kon uitspreken. Wij hadden ter redactie maar één echt relais met het moederhuis en dat was Guido Fossez. Guido beheerde een harem van typistes voor het uittikken van onze epistels en verzamelde het drukwerk waarin hij, en hij alleen, nog de kemels kon opwekken nadat ze geschoten waren. Een keer heeft Guido echter forfait gegeven. De buitenlandredacteur mocht tot zijn onstentenis lezen dat zijn reis naar het Verre Oosten omgeleid was via het Verre Oostende. Pater Jan Moriaux was niet zozeer vrezend voor zijn reputatie als wel voor zijn onkostennota.

Roeselare kon zich echter de visu op diverse manieren manifesteren, er was natuurlijk mijnheer Denolf,maar ook mevrouw zijne moeder die zich ofte met een mand sandwichen dan wel met een operatie ‘clean desk’ ter redactie kon incarneren. Mevrouw de moeder der uitgever had twee besognes: wij waren ‘slordigaards’ en verkwisters. Jan Schodts heeft, toen hij op een blauwe maandag even Verleyen vooraf ging, meegemaakt hoe het diner dat hij besteld had vervangen werd door een ‘pain surprise’. Maar later kregen we de Major Domus van de familie als er getafeld moest worden.

U hoort mij geen kwaad woord zeggen over de uitgever en zijne familie, zij hadden ons gewoon door, een bende bospoepers die zij notabene boven een van de best gereputeerde nachtbars van de journalistiek gehuisvest hadden (het IPC aan de Karel de Grotelaan).

Advertenties