Tags

, , , ,

Hoe kwalificeer je dat onvergelijkbare gevecht dat Irish beef tussen tong en verhemelte levert: alsof je tong aan stukjes gaat en niet het vlees. Waarom gaan we voor krakende korstjes en is een garnaalkroket pas echt lekker als de korst knapperig breekt in plaats van zich te laten pletten? Wanneer zijn frieten echt lekker? En wat bedoelen we met taai als het enige alternatief mals is. Hoeveel woorden hebben we dan om de tactiele ervaring bij eten te beschrijven?

Degustibus et coloribus dat kennen we: smaken en kleuren die verschillen. Maar hebt u in een restaurant al ooit eens iemand horen jubelen over iets anders tactiels, dan engelen die op zijn tong pissen? Een jubel omdat het tot zich genomen voedsel de hoogste verwaring in de mond bracht?

Over korstig krakend of kruimig brood kunnen we het makkelijk eens raken. Brood kan namelijk ook glad en gevoelloos naar binnen gaan. Sommigen eten alleen kruim of alleen korst. De laatsten zijn de fijnproevers, ze willen binnensmonds een knisperend gevecht houden, de weerstand voelen en het genade- en laveloos gesplinter op de tong voelen: een spinterbom op je tong. En ook het speeksel dat door de droge aanvaller uit je papillen gezogen wordt. Beenham kan dat ook: speeksel jurken. Wat er dan voor osmotisch kabaal ontstaat is… heerlijk. Een gangbang van kruimels een partouze van flinters ham.

Frieten, ja dat kennen we, klam als ze uit het pak komen na de afhaal. Ooit je moeder of partner gefeliciteerd omdat de aardappelstaafjes zo kraakkrokant op het bord kwamen (had de frieten even in het water gedaan en afgedroogd om de bloemrest weg te halen…)?

Bij eten is er geen plezier zonder weerstand, wat los naar binnen gaat is niet lekker. Het meeste vlees gaat voor pampes nog voor je er je tanden in zet of het blijkt een lap van leer. Voor steak zijn twee woorden blijkbaar afdoende: taai en mals. Kraai (onglet) is een spier tussen het hart en de longen van het rund. Is bloeddoorlopen kraai taai? Saignant gebakken en in een weelde van sjalottenjus flirt het met je tong geeft dan dat beetje weerstand en laat zich villen en killen tussen de voortanden, vermalen zonder te pulveren, levert een laatste strijdje en glijdt weg. Zo moet vlees zijn niet taai en niet mals, maar wel strijdvaardig: tot het offer op de tong, tussen hamer en aambeeld bereid. Je wil body en niet van dat meegaande. Er trekt een kamasutra van lijfelijk plezier door je heen als je voelt wat je eet, als een stukje vis stribbelend in een stroomversnelling van Hollandaise gaat deeptroathen in je keel.

Advertenties