Tags

, ,

Walter Capiau, gemlste roeping. Uit de tijd van de opgehaalde schotbalken, Vlaanderen dat zijn zonen uitzond en dat we samen de Bostella dansten. Alles waar geen woorden voor bestond mocht toen nog.

Zalige tijd toen achter een koppelriem nog een paradijs te bevroeden was en hoger lager nog niet op de dutroux-index stond. De jaren zestig: hadden ze niet bestaan, dan hadden we ze uitgevonden. De jeugd die noch eventjes naar ons pijpen danste, het gras twee kontjes hoog en in het bos daar zijn de jagers:als je er maar niet zwanger van werd.

Ouwe stier uit de gracht en alle fatsoenskoeien kachelen. Walter Capiau die, als hij op het scherm verscheen zelfs de tochtigste schoorsteen deed trekken, door de smeerpijp gesmurft. Dag Allemaal: pennenlikkend aan de kont van Vlaanderen, spreidt zijn kolommen als een lichtgeraakte zijn tenen als een hoer haar benen.

Advertenties